Page content

Zoeken Naar Leven Aan De Randen Van Het Zonnestelsel


Fysicus Freeman Dyson stelt voor dat we op de manen van Jupiter en voorbij Neptunus, in de Kuipergordel en de Oortwolk, naar levensvormen gaan zoeken. Hij bespreekt hoe dat leven eruit zou zien – en hoe we het kunnen vinden.

Hoe kijkt men over tweehonderd jaar op ons terug? Ik woon in Princeton, een stadje in New Jersey, waar jaarlijks de grote historische gebeurtenis van Princeton wordt gevierd. Dat was de belangrijke Slag bij Princeton, de eerste veldslag die door George Washington gewonnen werd. Het was een keerpunt in de Onafhankelijkheidsoorlog. Dat gebeurde 225 jaar geleden. Het was eigenlijk een grote ramp voor Princeton. De stad werd midden in de winter platgebrand, en het was een zeer strenge winter. Een kwart van alle inwoners van Princeton stierf die winter van honger en kou, maar dat herinnert niemand zich. De grote overwinning wordt natuurlijk wel herinnerd. De Britten werden verslagen en de natie werd geboren. Ik ben het er mee eens dat de pijn van de geboorte niet wordt herinnerd. Het gaat om het kind dat is geboren. In zo’n periode bevinden wij ons nu.

Ik wil het maar één minuut over biotechnologie hebben, want ik ben geen bioloog en ik weet daar heel weinig vanaf, mijn kennis daarover kan ik binnen één minuut samenvatten. (Gelach) Ik bedoel dat wij het goede voorbeeld van de elektronica-industrie moeten volgen. De computertechnologie is door de toepassing voor speelgoed wereldwijd een succes geworden. Zodra computers speelgoed werden en kinderen er spelletjes op konden spelen, groeide die bedrijfstak enorm. Dat moet ook met biotechnologie gebeuren.

Er is een grote… (Gelach) (Applaus) Er is een grote gemeenschap van praktijkbiologen: hondenfokkers, duivenmelkers, orchideeënkwekers, rozenkwekers. Mensen die daadwerkelijk bezig met biologie en die met veel toewijding mooie creaties produceren, planten en dieren. De biotechnologie geeft hen meer mogelijkheden en dat zal een grote stap vooruit zijn voor de acceptatie van biotechnologie. Veel tegenstand zal weggevaagd worden. Als mensen over deze technologie beschikken, als ze een doe-het-zelf biotech-pakket hebben, om een eigen hond of kat te creëren – (Gelach) (Applaus) Koop de software en maak je eigen ontwerp. Ik houd mijn mond verder, u kunt de rest zelf bedenken. Het gaat gebeuren en ik vind dat het moet gebeuren voordat de technologie een onderdeel van de menselijke natuur wordt, iets vertrouwds en door iedereen geaccepteerd.

Dus dat onderwerp laat ik met rust. Ik wil het over iets heel anders hebben, iets waar ik wel vanaf weet en dat is astronomie. Ik ben geïnteresseerd in het zoeken naar levensvormen in het heelal. Wij kunnen dat op een nieuwe manier doen en daar wil ik het tien minuten over hebben, of hoeveel tijd er nog over is. Belangrijk is dat het grootste deel van de ruimte, van het toegankelijke deel – ik bedoel niet de sterren, maar het zonnestelsel dat met de ruimtevaart bereikbaar is en binnen het bereik ligt van onze telescopen – het meeste vastgoed is erg koud en erg ver weg van de zon.

Het nu bekende zonnestelsel heeft een paar planeten dicht bij de zon. En daar wonen wij. Er zijn behoorlijk veel asteroïden tussen de baan van de aarde en de baan van Jupiter. De asteroïden vormen samen een behoorlijke massa vastgoed, maar niet zo’n grote massa. Ze lijken niet erg levensvatbaar, omdat ze voornamelijk uit gesteenten en metalen bestaan. Het is er koud en erg droog. Daar hoeven we onze hoop dus niet op te vestigen.

Verder weg zijn er wat interessante plekken: de manen van Jupiter en Saturnus. Er is een plek die Europa heet – één van de manen van Jupiter – waarop een erg gladde ijsvlakte te zien is, die schijnbaar op een oceaan drijft. Daarom denken wij dat er een diepe oceaan op Europa is. Een buitengewoon interessante plek dus om te onderzoeken. Een oceaan – de meest waarschijnlijke plek waar leven kan ontstaan, net zoals het op de aarde is gebeurd. We willen Europa graag onderzoeken, en onder het ijs kijken, om erachter te komen wat er in de oceaan zwemt, of er vissen, zeewieren of zeemonsters zijn – wat voor boeiends dan ook – of koppotigen. Maar dat is moeilijk. Het ijs is helaas te dik. We weten niet hoe dik het is, maar het kan kilometers dik zijn. Het is erg duur en erg moeilijk om met een onderzeeër of een ander vaartuig onder het ijs te komen. We weten nog niet hoe dat moet. Er bestaan wel plannen, maar het is ingewikkeld.

Nog verder weg, voorbij de baan van Neptunus, ver weg van de zon, daar vind je het ware vastgoed. Er zijn miljoenen, triljoenen, biljoenen objecten in de Kuipergordel of in de Oortwolk. Wolken kleine objecten die als kometen zichtbaar worden als ze dicht bij de zon komen. Meestal bestaan ze gewoon daar in de kou van het zonnestelsel. Op biologisch gebied zijn ze erg interessant omdat ze voornamelijk uit ijs met andere mineralen bestaan, die precies goed zijn voor het ontwikkelen van levensvormen. Als levensvormen zich daar kunnen vestigen, zijn alle noodzakelijke voorwaarden aanwezig – chemie en zonlicht – alles wat er voor nodig is.

Daarom stel ik voor om dáár naar levensvormen te gaan zoeken, niet op Mars. Alhoewel Mars ook een veelbelovende en interessante plek is. We kunnen er op ’n goedkope, simpele manier naar kijken. En daar ga ik het nu over hebben. Stel dat er op Europa leven is ontstaan dat zich al biljoenen jaren in de oceaan bevindt. Waarschijnlijk zou het zich vanuit de oceaan naar het vasteland verplaatsen, net zoals dat op aarde is gebeurd. De levensvormen hebben zich twee biljoen jaar in de oceaan ontwikkeld en verplaatsten zich uiteindelijk naar het vasteland. Daar zou dan veel meer vrijheid zijn om een grotere variëteit van soorten te ontwikkelen dan in de oceaan. De overgang van oceaan naar land was niet makkelijk, maar het is wel gebeurd.

Als er in de oceaan op Europa leven zou zijn ontstaan, zou het zich ook naar land verplaatst kunnen hebben. Er zou daar geen lucht zijn – het is een vacuüm. In de kou, maar het zou kunnen. Misschien dat er planten zoals zeewier door de barsten in het ijs aan de oppervlakte groeien. Wat zouden ze nodig hebben om te groeien? Allereerst een dikke huid als bescherming tegen vochtverlies via de huid. Dus zij moeten een soort reptielenhuid hebben. Maar nog belangrijker is dat zij het zonlicht moeten concentreren. Het zonlicht dat op de satellieten van Jupiter schijnt, is 25 maal minder sterk dan hier op aarde, want Jupiter staat vijf maal zo ver van de zon. Dus deze levensvormen – ik noem ze zonnebloemen – die in mijn verbeelding op Europa bestaan, moeten lenzen of spiegels hebben om zonlicht te concentreren. Zo kunnen zij zich warm houden aan de oppervlakte. Anders zouden deze zonnebloemen bij min 150 graden bestaan. Dat is ongunstig voor het ontwikkelen van leven, althans niet het leven zoals wij dat kennen. Maar als er aan de plant kleine lenzen en spiegels kunnen groeien om het zonlicht te concentreren, dan kunnen zij zich warmhouden aan de oppervlakte. Zij kunnen profiteren van het zonlicht en wortels hebben tot in de oceaan. Dan kunnen levensvormen veel meer gedijen. Het is natuurlijk niet zo waarschijnlijk dat er leven op Europa bestaat. Niets hiervan is waarschijnlijk, maar volgens mij moeten we zoeken naar wat kan waargenomen worden, niet naar wat waarschijnlijk is.

Bij de astronomie zijn er veel onwaarschijnlijkheden die uiteindelijk toch blijken te bestaan. Het beste voorbeeld is de radioastronomie. Bij het prille begin van de radioastronomie, was er een mijnheer Jansky die ontdekte dat er radiogolven in de lucht waren. De reguliere astronomen deden daar geringschattend over. Zij zeiden dat je radiogolven van de zon kan waarnemen, maar dat de zon het enige object in de ruimte is dat dichtbij en helder genoeg is voor zo’n waarneming. Het is makkelijk om te berekenen dat de radiogolven van de zon nogal zwak zijn. Alle andere zaken in het heelal zijn miljoenen malen verder weg, dus die zijn zeker niet waar te nemen. Het is dus zinloos om daar naar te zoeken. Die uitspraken hebben de vooruitgang van de radio-astronomie met wel twintig jaar teruggezet. Als er toch niets is, hoef je er ook niet naar te zoeken. Maar toen iemand na zo’n twintig jaar toch ging zoeken, nam de astronomie een grote vlucht. Het heelal bleek vol te zitten met allerlei wonderlijke dingen die veel krachtiger stralen uitzenden dan die van de zon. Hetzelfde zou dus kunnen gelden voor het bestaan van die koude levensvormen: die kunnen overal in het heelal in groten getale voorkomen. En die zijn nog niet ontdekt omdat we er nog niet naar gezocht hebben.

Mijn laatste onderwerp gaat over hoe deze levensvorm ontdekt kan worden. Er bestaat een uitdrukking ‘pit lamping’. Die heb ik van mijn zoon George geleerd. Hij zit hier ergens in de zaal. Het is een Canadese uitdrukking. Als je ’s nachts op dieren jaagt, gebruik je een mijnwerkerslamp, een pitlamp. Je bindt hem op je hoofd vast zodat je de reflectie in de ogen van het dier kunt zien. Als je de lamp aanzet, zijn de dieren duidelijk te zien. Je ziet de rode weerkaatsing in hun ogen, de reflectie van het lamplicht. Ben je een onsportief type, dan schiet je het beest dood en neem je het mee naar huis. Dat verpest de jacht voor de andere jagers die overdag jagen en daarom is dit in Canada illegaal. In Nieuw-Zeeland mag het wel omdat de boeren van de konijnen af moeten komen. Konijnen zijn de concurrenten van de schapen in Nieuw-Zeeland. De boeren gaan ’s nachts met jeeps op jacht, schijnen met hun lampen en ze schieten op alles wat niet op een schaap lijkt.

(Gelach)

Ik heb voorgesteld om dezelfde truc toe te passen bij het zoeken naar leven in het heelal. Mochten er levensvormen zijn op koude oppervlaktes, op Europa of waar dan ook, dan moeten deze levensvormen toegerust zijn met reflectoren. Zij moeten lenzen en spiegels hebben om het zonlicht te concentreren, om zichzelf warm te houden. Als je dan zonlicht op hen richt, zal dat gereflecteerd worden, net zoals in de ogen van een dier. Deze levensvormen zullen helder afsteken tegen de koude omgeving. En hoe verder je van de zon af gaat, hoe sterker de reflectie zal zijn. Dus het is eigenlijk zo dat deze methode om levensvormen te vinden, duidelijker wordt naarmate je verder weg zoekt. Want de optische reflectoren moeten krachtiger zijn om het gereflecteerde licht sterker tegen de donkere achtergrond te laten afsteken. Hoe verder je van de zon weg gaat, hoe sterker dit effect wordt. Eigenlijk kan je vanaf de aarde met telescopen naar deze levensvormen zoeken. Waarom gebeurt het dan niet? Omdat niemand eraan denkt.

Maar ik hoop dat we gaan zoeken. We zullen waarschijnlijk niets vinden. Deze speculaties zijn misschien nergens op gebaseerd. Maar toch is er een redelijke kans. En als het gebeurt, zal het onze kijk op het leven totaal veranderen. Want het betekent dat de manier van leven daar enorme voordelen heeft ten opzichte van het leven op een planeet. Het verplaatsen tussen planeten is erg moeilijk. Daar hebben we nu grote problemen mee. Al het leven op een planeet zit daar eigenlijk vast. Zeker als je lucht nodig hebt om te ademen, is het erg moeilijk om van planeet A naar planeet B te komen, omdat er tussenin geen lucht is. Kan je niet zonder lucht – (Gelach) – dan ben je dood – (Gelach) zo gauw je de planeet verlaat, tenzij je in een ruimteschip zit.

Stel dat je in een vacuüm leeft, aan de oppervlakte van zo’n object, bijvoorbeeld in de Kuipergordel, op Pluto of op een van de kleinere objecten in de buurt van Pluto. Je bestaat daar aan de oppervlakte, en door een botsing word je van de oppervlakte weggeslagen. Dan verandert er eigenlijk niet zo veel. Je bent nog steeds op een stuk ijs, er is nog zonlicht en je kan nog overleven terwijl je van de ene naar de andere plek gaat. En als je dan bij een ander object komt, kan je daar blijven en de andere omgeving koloniseren. Zo verspreidt het leven zich van het ene naar het andere object. Als er leven bestaat binnen de Kuipergordel, dan is het waarschijnlijk wijdverspreid. Dan is er grote concurrentie tussen de soorten – ’n Darwiniaanse evolutie. De soorten die zich kunnen verplaatsen zonder op een botsing te hoeven wachten, zullen in het voordeel zijn. De verspreiding van zeewierachtige begroeiing zal ook voordelen opleveren. Ik noem deze begroeiing zonnebloemen. Ze lijken misschien op zonnebloemen. Ze moeten de hele tijd naar de zon gericht zijn, en ze kunnen zich in de ruimte verspreiden, want op zulke objecten is de zwaartekracht zwak. Ze kunnen zonlicht van een groot gebied opnemen. Daardoor zijn ze voor ons vrij makkelijk op te sporen.

Ik hoop dat wij in de komende tien jaar deze levensvormen vinden, dan zal onze kijk op het leven in het heelal veranderen. Als we ze niet vinden, kunnen we ze zelf creëren. (Gelach) Er dat geeft weer ruimte voor andere mogelijkheden. Zodra we meer weten over genetische manipulatie, kunnen we met het doe-het-zelf genetische constructiepakket… (Gelach) een levensvorm creeëren die op een koude satelliet kan bestaan. Wij kunnen dan bijvoorbeeld Europa koloniseren met onze eigen levensvormen. Dat zou erg leuk zijn! (Gelach) En uiteindelijk zouden wij ons daar kunnen vestigen. Wat er uiteindelijk gaat gebeuren, is dat niet alleen de mens de ruimte gaat koloniseren, maar levensvormen zullen van de aarde vertrekken naar een ander rijk. En het rijk van de levensvormen, is natuurlijk het heelal. Als daar al leven is, wordt het op de korte termijn nog spannender. Maar als er uiteindelijk geen leven bestaat, dan creëren wij het zelf. We veranderen het heelal in een rijker en mooier geheel dan het nu is. Er wacht ons een grootse en schitterende toekomst. Dank u wel.

(Applaus)

 

Bron: TED.com

Laat een bericht achter!

Comment Section

0 reacties op “Zoeken Naar Leven Aan De Randen Van Het Zonnestelsel

Plaats een reactie


*


This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.