De Menselijke Natuur En Het Onbeschreven Blad





Steven Pinkers betoogt in zijn boek The Blank Slate dat alle mensen worden geboren met een aantal aangeboren eigenschappen. In deze TED-talk vertelt Pinker over zijn stelling, en waarom sommige mensen dit ongelooflijk schokkend vonden.


"Een jaar geleden heb ik jullie verteld over een boek waaraan ik toen de laatste hand legde. Ondertussen is het uitgekomen en ik zou jullie vandaag willen vertellen over de weerstand die het boek opwekte. De titel van jet boek is: "Het onbeschreven blad" en is gebaseerd op het populaire idee dat het menselijk brein een onbeschreven blad is en dat alle structuur erin afkomstig is van socialisatie, cultuur, ouderschap, ervaring. Het 'onbeschreven blad'-idee was invloedrijk in de 20e eeuw. Hier een aantal uitspraken die daarop wijzen: "De mens heeft geen natuur" van de geschiedkundige Jose Ortega y Gasset; "De mens heeft geen instincten" van de antropoloog Ashley Montagu; "Het menselijk brein beschikt over alle gedragingen en is voor geen enkele voorbestemd" van wijlen wetenschapper Stephen Jay Gould.

Er zijn een aantal redenen om te betwijfelen dat het brein een onbeschreven blad is en sommige worden gewoon ingegeven door gezond verstand. Zoals vele mensen me door de jaren heen vertelden, iedereen die meer dan één kind heeft, weet dat kinderen op de wereld komen met bepaalde temperamenten en talenten. Het komt niet allemaal van buitenaf. En iedereen die zowel een kind als een huisdier heeft, heeft zeker al gemerkt dat het kind, blootgesteld aan spraak, een menselijke taal zal leren, terwijl het huisdier dat niet zal doen, waarschijnlijk vanwege bepaalde aangeboren verschillen tussen hen. Iedereen die ooit een heteroseksuele relatie heeft gehad, weet dat het brein van mannen en vrouwen niet helemaal hetzelfde werken. Er zijn ook, denk ik, steeds meer resultaten van de wetenschappelijke studie over mensen die bewijzen dat we inderdaad niet met een onbeschreven blad geboren worden. Eén van deze studies, uit de antropologie, is de studie over het menselijke gemeengoed. Als je ooit antropologie gevolgd hebt, weet je dat het een soort beroepsplezier is van antropologen om te wijzen op hoe exotisch andere culturen kunnen zijn, en dat er plaatsen zijn waar alles zogezegd het tegenovergestelde is van hier. Maar als je in plaats van naar de verschillen, naar de overeenkomsten tussen culturen in de wereld kijkt, zie je dat er een enorm uitgebreide set van gedragingen, emoties en opvattingen over de wereld bestaan, die we in alle 6000-en-nog-wat culturen van de wereld terugvinden. De antropoloog Donald Brown heeft getracht ze allemaal te benoemen, en ze variëren van esthetica, affectie en leeftijdsgroepen helemaal tot spenen, wapens, weer, pogingen tot controle, de kleur 'wit' en een wereldbeeld.

Ook genetica en neurowetenschappen tonen steeds meer aan dat het brein heel ingewikkeld in elkaar zit. Dit is een recent onderzoek door neurobioloog Paul Thompson en zijn collega's, waarbij ze -- gebruik makend van MRI -- de verspreiding van grijze cellen meten -- oftewel de buitenste laag van de cortex -- in een grote steekproef van menselijke duo's. Ze duidden de correlaties in de dikte van de grijze cellen in verschillende delen van de hersenen aan met een aangepast kleurenschema, waarbij 'geen verschil' in paars wordt weergegeven, en elke kleur anders dan paars een statistisch significante correlatie aanduidt. Nu, dit is wat je ziet als een duo uit twee willekeurige mensen bestaat. Per definitie kunnen twee willekeurige personen geen correlaties vertonen in de verdeling van grijze cellen in de cortex. Dit is wat je ziet bij twee mensen die de helft van hun DNA delen -- twee-eiige tweelingen. Zoals je ziet zijn grote delen van de hersenen niet paars gekleurd, wat betekent dat als de ene een ietwat dikkere cortex heeft in dat deel, de andere helft van de twee-eiige tweeling dat ook heeft. Dit zie je als je een duo samenstelt van mensen die hun volledige DNA delen -- namelijk klonen of eeneiige tweelingen. Je ziet grote delen van de cortex waar er duidelijke correlaties zijn in de verspreiding van grijze cellen.

Nu, dit zijn niet alleen verschillen in anatomie, zoals de vorm van je oorlelletjes, maar ze hebben ook gevolgen voor denkpatronen en gedrag die goed geïllustreerd worden in deze bekende spotprent van Charles Addams: "Van elkaar gescheiden bij hun geboorte, ontmoet de Mallifert tweeling elkaar toevallig." Zoals je ziet, zitten er twee uitvinders met identieke uitvindingen op hun schoot te wachten in de wachtzaal van een octrooibureau. Nu, de spotprent is niet echt overdreven, want studies over eeneiige tweelingen die gescheiden werden bij de geboorte en dan getest als volwassenen tonen aan dat ze verbazingwekkende gelijkenissen vertonen. Dit gebeurt bij elke eeneiige tweeling, bij geboorte gescheiden, die ooit onderzocht werd -- maar veel minder bij twee-eiige tweelingen die gescheiden werden. Mijn favoriete voorbeeld is een tweeling van wie één grootgebracht werd als katholiek in een nazifamilie in Duitsland, en de andere in een joodse familie in Trinidad. Toen ze het laboratorium in Minnesota binnen wandelden, droegen ze identieke marineblauwe truien met epauletten, ze doopten beiden graag hun beboterde toast in koffie, ze droegen beiden rubberen armbanden, beiden trokken de wc door zowel vóór als na het gebruik, en beiden hielden ervan mensen te verrassen door in een drukke lift te niezen en hen te zien opzij springen. Nu -- het verhaal lijkt misschien te mooi om waar te zijn, maar als je een hele batterij psychologische tests op hen loslaat, krijg je dezelfde resultaten -- namelijk, eeneiige tweelingen gescheiden bij geboorte vertonen verbazingwekkende gelijkenissen.

Dus, aangezien zowel het gezond verstand en de wetenschappelijke gegevens, de leer van 'het onbeschreven blad' in vraag stellen, waarom was die theorie dan zo aanlokkelijk? Er zijn een aantal politieke redenen waarom mensen het een aardig idee vonden. De belangrijkste is dat als we van een onbeschreven blad uitgaan, we per definitie gelijk zijn, omdat nul gelijk is aan nul, gelijk is aan nul, ... Maar, als er al iets op geschreven staat, zouden sommigen beter kunnen zijn dan anderen en volgens deze manier van denken zou dat discriminatie en ongelijkheid rechtvaardigen.

Een andere politieke angst voor de menselijke natuur is dat als we van een onbeschreven blad vertrekken, we de mens kunnen perfectioneren -- de eeuwenoude droom van de volmaaktheid van onze soort door middel van 'social engineering'. Maar als we met bepaalde instincten geboren worden, kunnen sommige instincten leiden tot egoïsme, vooroordelen en gewelddadigheid. In het boek stel ik dat dit eigenlijk foute gevolgtrekkingen zijn. Om een lang verhaal kort te maken: ten eerste, het concept van eerlijkheid is niet hetzelfde als het concept van gelijkheid. Toen Thomas Jefferson in de Onafhankelijkheidsverklaring schreef: "We beschouwen de waarheden dat iedereen gelijk geschapen is als evident," bedoelde hij niet: "We beschouwen deze waarheden als evident, dat iedereen een kloon is." Maar eerder dat iedereen gelijk is op vlak van zijn rechten en dat ieder persoon behandeld moet worden als een individu en niet bevooroordeeld mag worden vanwege statistieken over bepaalde groepen waartoe hij behoort. Ook, zelfs als we geboren worden met bepaalde oneerbare motieven, leiden ze niet automatisch tot oneerbaar gedrag. Dat is omdat het menselijk brein een complex systeem is met vele onderdelen, waarvan sommige andere kunnen onderdrukken. Bijvoorbeeld, er zijn erg goede redenen om aan te nemen dat vrijwel alle mensen geboren worden met een moreel besef en dat we cognitieve vaardigheden hebben die ons toestaan lessen te trekken uit de geschiedenis. Dus, ook al neigen mensen soms naar zelfzucht of hebzucht, zijn dit niet de enige dingen onder hun schedeldak en zijn er andere delen van het brein die ze tegenwerken.

In het boek behandel ik controverses zoals deze en een aantal andere hete hangijzers, licht ontvlambaarheden, Tsjernobyl, hoogspanningen, enzovoorts, waaronder kunst, klonen, misdaad, vrije wil, opleiding, evolutie geslachtsverschillen, God, homoseksualiteit, kindermoord, ongelijkheid, Marxisme, moraliteit, nazisme, ouderschap, politiek, ras, religie, grondstofuitputting, social engineering, technologische risico's en oorlog. Onnodig te vermelden dat er bepaalde risico's verbonden waren aan het behandelen van deze onderwerpen. Toen ik een eerste versie van het boek had geschreven, gaf ik het aan een aantal collega's voor opmerkingen, en hier zijn enkele van de reacties die ik kreeg: "Installeer maar vast een bewakingscamera voor je deur." "Verwacht niet om nog prijzen, werkaanbiedingen of posities in academische omgevingen te krijgen." "Vraag je uitgever om je thuisstad niet in je auteursbiografie te vernoemen." "Ben je vast benoemd?"

(Gelach)

Het boek verscheen in oktober en er is niets verschrikkelijks gebeurd. Ik -- Ik zou -- Er waren inderdaad redenen om nerveus te zijn er bij momenten was ik dat ook. Met de verhalen in het achterhoofd van wat er gebeurde met mensen die controversiële standpunten innamen of verontrustende dingen ontdekten in de gedragswetenschappen. Er zijn veel gevallen, sommige vermeld in het boek, van mensen die slachtoffer werden van eerroof, of nazi genoemd werden, fysiek aangevallen of bedreigd met vervolging omdat ze controversiële dingen ontdekten of bepleitten. Je weet nooit wanneer je zo'n valkuil inloopt. Mijn favoriete voorbeeld is een duo van psychologen die onderzoek deden naar linkshandige mensen en gegevens publiceerden die aantoonden dat linkshandigen, gemiddeld vatbaarder zijn voor ziekte, meer ongevallen en een kortere levensduur hebben. Het is trouwens sindsdien niet duidelijk of dat een geldige veralgemening is, maar de gegevens leken dit destijds te ondersteunen. Heel snel werden ze gebombardeerd met woeste brieven, doodsbedreigingen, uitsluiting van het onderwerp in wetenschappelijke tijdschriften, afkomstig van woedende linkshandigen en hun medestanders. Ze waren letterlijk bang om hun post open te maken vanwege de giftige kritieken die ze onbedoeld hadden teweeggebracht.

Wel, de nacht is nog jong, maar het boek is nu een half jaar uit en er is nog niets verschrikkelijks gebeurd. Geen van de vreselijke beroepsmatige gevolgen is werkelijkheid geworden -- Ik ben niet verbannen uit Cambridge. Maar ik wilde het hebben over twee van deze hete hangijzers die de meeste ophef veroorzaakten in de 80-en-nog-wat reviews die 'Het onbeschreven blad' heeft gekregen. Ik zal die lijst nog even tonen en zien of je kan raden welke twee dat waren -- ik schat dat ongeveer twee van deze onderwerpen ongeveer 90 percent van de reacties besloeg in de verschillende reviews en radio-interviews. Het zijn niet geweld en oorlog, het is niet ras, niet geslacht, niet marxisme of nazisme. Het zijn: kunst en ouderschap. (Gelach) Ik vertel jullie wat precies deze woedende reacties veroorzaakte en ik zal jullie laten beslissen of de beweringen echt zo buitensporig zijn.

Laat ik beginnen met kunst. Het valt me op dat in de lijst van menselijk gemeengoed die ik enkele slides geleden presenteerde ook kunst staat. Er is nooit een beschaving ontdekt zelfs niet in de meest afgelegen delen van de wereld die niet beschikte over iets wat we als kunst kunnen beschouwen. Visuele kunst -- decoratie van oppervlakken en lichamen -- lijkt menselijk gemeengoed te zijn. Het vertellen van verhalen, muziekmaken, dans, poëzie -- worden in alle culturen gevonden, en vele motieven en thema's die ons plezier geven in kunst worden in alle menselijke beschavingen gevonden: een voorkeur voor symmetrische vormen, het gebruik van herhaling en variatie, zelfs zeer specifieke dingen zoals het feit dat in de wereldwijde poëzie regels om en nabij de drie seconden lang zijn, onderbroken door pauzes. Nu, anderzijds, in de tweede helft van de 20ste eeuw, wordt dikwijls gezegd dat kunst een neerwaartse trend kende. Ik heb een collectie van ongeveer 10 à 15 koppen uit hoogstaande tijdschriften waarin men betreurt dat vandaag de dag kunst achteruit gaat. Ik noem een aantal representatieve uitlatingen: "We kunnen met behoorlijk vertrouwen stellen dat onze eigen periode er een is van achteruitgang, dat de culturele normen lager liggen dan 50 jaar geleden en dat de tekenen van deze achteruitgang zichtbaar zijn in elk aspect van de menselijke activiteit." Dat is een uitspraak van T.S.Eliot, iets meer dan 50 jaar geleden. Een iets recentere uitspraak: "De mogelijkheid tot het hoog houden van de cultuur wordt vandaag de dag steeds moeilijker. Goede boekenwinkels verliezen hun franchise, theaterstichtingen overleven voornamelijk door hun repertoire te commercialiseren, symfonieorkesten slanken hun programma's af, de publieke omroep verhoogt zijn afhankelijkheid van herhalingen van Britse sitcoms, klassieke radiostations verdwijnen, musea moeten terugvallen op blockbuster-vertoningen, dans sterft uit." Deze is van Robert Brustein, de bekende theatercriticus en regisseur, in The New Republic ongeveer vijf jaar geleden.

Eigenlijk gaan de kunsten helemaal niet achteruit. Ik denk dat dit iedereen in de zaal zal verbazen, maar volgens eender welke norm hebben ze nooit eerder zo gebloeid. Er zijn natuurlijk compleet nieuwe kunstvormen en nieuwe media, waar jullie de laatste dagen veel over gehoord hebben. Volgens eender welke economische norm rijst de vraag naar kunst in allerlei vormen de pan uit, zoals je kunt zien aan de prijs van operakaartjes, het aantal verkochte boeken, het aantal gepubliceerde boeken, het aantal uitgebrachte muzieknummers, het aantal nieuwe albums enzoverder. De enige zweem van waarheid in de klaagzang dat kunst achteruit gaat, komt van drie kanten. Eén van hen is de elitekunst sinds de jaren 1930 -- zeg maar het type werken zoals uitgevoerd door grote symfonieorkesten waarvan het repertoire meestal van vóór 1930 stamt of de werken tentoongesteld in grote galerijen en prestigieuze musea. In de literatuurkritiek en analyse, ongeveer 40 of 50 jaar geleden, waren literatuurcritici een soort culturele helden. Nu zijn ze een soort nationale flop. De geesteswetenschappelijke en kunstprogramma's van universiteiten, die volgens vele maatstaven, daadwerkelijk een achteruitgang kennen. Studenten blijven massaal weg, universiteiten krimpen in de kunsten en geesteswetenschappen.

Hier is een diagnose. Ze hebben het me niet gevraagd maar zelf geven ze toe dat ze alle hulp kunnen gebruiken. Ik zou willen suggereren dat het geen toeval is dat deze zogezegde achteruitgang in de elitekunsten en kunstkritiek gelijktijdig gebeurde met de wijdverbreide ontkenning van de menselijke natuur. Een bekende uitspraak vind je -- als je op het web zoekt, in de literatuur van Engelse basiscursussen -- "Op of rond december 1910 veranderde de menselijke natuur." Een parafrase van een uitspraak van Virginia Wolff/ Er bestaat onenigheid over wat ze daarmee eigenlijk bedoelde. Maar het is overduidelijk in deze cursussen, dat het nu gebruikt wordt als een manier om te zeggen dat alle kunstvormen en waardering daarvan die eeuwenlang of zelfs millennia bestonden, overboord werden gegooid in de 20ste eeuw. De schoonheid van en het plezier in kunst -- waarschijnlijk een menselijk gemeengoed -- begonnen beschouwd te worden als suiker, of kitsch, of commercieel. Barnett Newman had de bekende uitspraak dat de drijfveer van moderne kunst is om schoonheid te vernietigen, omdat die als bourgeois of smaakloos beschouwd wordt. Om maar een voorbeeld te noemen. Ik bedoel, dit is misschien een representatief voorbeeld van de visuele uitbeelding van de vrouwelijke vorm in de 15de eeuw; hier is een representatief voorbeeld van de uitbeelding van de vrouwelijke vorm in de 20ste eeuw. Zoals je ziet, is er iets veranderd in de manier waarop de elitekunsten de zintuigen aanspreken.

In modernistische stromingen en postmodernisme was er visuele kunst zonder schoonheid, literatuur zonder verhaal of ontknoping, poëzie zonder ritme of rijm, architectuur en planning zonder versiering, menselijke dimensie, groene ruimte of natuurlijk licht, muziek zonder melodie of ritme, en kunstkritiek zonder duidelijkheid, aandacht voor esthetica of inzicht in de menselijke toestand. (Gelach) Laat ik jullie een voorbeeld geven om dit laatste te onderbouwen. Eén van de bekendste Engelse literatuurkenners van deze tijd is de Berkeley professor, Judith Butler. Hier is een voorbeeld van een van haar analyses: "De verschuiving van een structuralistisch verhaal waarin kapitaal structuur geeft aan sociale relaties op relatief homologe manieren naar een zicht op hegemonie waarin machtsrelaties onderworpen zijn aan herhaling, samenloop en herformulering bracht de vraag van tijdelijkheid in het denken rond structuur, en markeerde een transitie van de vorm van Athusserische theorie die structurele totaliteiten als theoretische objecten beschouwt..." Je begrijpt het wel. Tussen haakjes: dit is één zin, je kunt hem echt analyseren. De stelling in 'Het onbeschreven blad' was dat elitekunsten en kunstkritiek in de 20ste eeuw, maar niet kunst in het algemeen, minachting hadden voor schoonheid, plezier, duidelijkheid, inzicht en stijl. Mensen blijven weg van elitekunst en kunstkritiek. Wat vreemd toch --- ik vraag me af waarom? Dit bleek de waarschijnlijk meest controversiële stelling in het boek. Iemand vroeg me of ik ze erin had gestopt om de woede af te leiden van discussies over geslacht en nazisme en rassen enzovoort. Ik zal hier niet op reageren. Maar het leidde ongetwijfeld tot een energieke reactie van vele professoren.

Het andere hangijzer is ouderschap. Het startpunt voor deze discussie was het feit dat we allemaal onderworpen zijn geweest aan het advies van de 'ouderschapsindustrie'. Hier is een representatieve uitspraak van een verontruste moeder: "Ik word overladen met ouderschapsadvies. Ik moet veel fysieke activiteiten doen met mijn kinderen zodat ik hen een goede fysieke conditie leer onderhouden zodat ze gezonde volwassenen worden. Ik moet allerhande intellectuele spelletjes doen zodat ze slim worden. Er zijn veel spellen -- klei voor vingercoördinatie, woordspelletjes als leesoefening, spellen voor de grote motoriek, voor de fijne motoriek. Ik zou mijn hele leven kunnen wijden aan het uitzoeken welke spelletjes ik met mijn kinderen moet spelen." Ik denk dat iedere jonge ouder meevoelt met deze moeder.

Een aantal ontnuchterende feiten over ouderschap: de meeste studies waarop dit advies gebaseerd is, zijn waardeloos. Ze zijn waardeloos omdat ze geen rekening houden met erfelijkheid. Ze meten een of andere correlatie tussen wat de ouders doen, hoe de kinderen zijn en veronderstellen een oorzakelijk verband: dat het ouderschap het kind gevormd heeft. Ouders die veel met hun kinderen praten, hebben welbespraakte kinderen, ouders die hun kinderen billenkoek geven, hebben agressieve kinderen, enzovoort. Een minderheid houdt rekening met de mogelijkheid dat ouders genen doorgeven die de kans verhogen dat een kind welbespraakt of agressief zal zijn enzovoort. Zolang er geen dergelijke studies met adoptiekinderen gebeuren, die wel een omgeving maar niet de genen voor hun kinderen voorzien, kunnen we niet weten of deze conclusies geldig zijn.

Studies die rekening houden met genetica onthullen ontnuchterende resultaten. Herinnert u zich de Mallifert tweeling: gescheiden bij de geboorte, ontmoeten ze elkaar later bij het octrooibureau -- heel erg hetzelfde. Wat zou er gebeurd zijn als ze samen waren opgegroeid? Je zou denken dat ze dan nog meer op elkaar zouden lijken, omdat ze niet alleen hun genen zouden delen, maar ook hun omgeving. Dat zou hen dus als twee druppels water maken, toch? Fout. Eeneiige tweelingen, of alle broers en zussen, die bij de geboorte gescheiden worden, lijken niet minder op elkaar dan als ze samen waren opgegroeid. Alles wat er met je gebeurt bij jou thuis gedurende al die jaren heeft blijkbaar geen blijvende invloed op je persoonlijkheid of intellect. Een aanvullend resultaat, bekomen met een heel andere methode is dat geadopteerde broers en zussen -- het spiegelbeeld van eeneiige tweeling die apart opgevoed worden, ze delen hun ouders, hun thuis, hun buren, delen geen van hun genen -- blijkbaar helemaal niet op elkaar lijken. Oké -- twee verschillende types onderzoek met gelijkaardige resultaten.

Dit wijst erop dat kinderen niet gevormd worden door hun ouders op lange termijn, maar gedeeltelijk -- en slechts gedeeltelijk -- door hun genen, gedeeltelijk door hun cultuur -- de cultuur van het hele land en de cultuur van de kinderen zelf, namelijk hun vriendengroep -- zoals we vandaag al gehoord hebben van Jill Sobule, is dat waar kinderen echt om geven -- en, voor een groot gedeelte, groter dan de meeste mensen zouden willen toegeven, door toeval: toevalligheden bij het ontwikkelen van het brein tijdens de zwangerschap; toevalligheden tijdens je leven.

Dus laat ik besluiten met een opmerking om terug te keren naar het thema van keuzes. Ik denk dat de wetenschappen van de menselijke natuur -- gedragsgenetica, evolutionaire psychologie, neurowetenschappen, cognitieve wetenschappen -- in de komende jaren steeds vaker verscheidene dogma's, carrières en diepgewortelde politieke overtuigingen zullen ontwortelen. Dat stelt ons voor een keuze. De keuze of we bepaalde feiten of onderwerpen over de mens als taboes beschouwen, verboden kennis, die we niet mogen weten omdat het niet veel goeds betekent, of dat we ze eerlijk moeten verkennen. Ik heb mijn eigen antwoord op die vraag. Ik leende het van een groot artiest uit de 19de eeuw, Anton Chekhov: "De mens zal beter worden als je hem toont hoe hij is." Ik denk dat het punt niet gevatter kan gesteld worden dan dat. Bedankt."

(Applaus)

 

Bron: TED.com
Reactie plaatsen