Waarom We Slechte Beslissingen Nemen





Dan Gilbert presenteert onderzoek en data uit zijn zoektocht naar geluk - en deelt een aantal verrassende tests en experimenten die je ook zelf kunt proberen.


"We maken elke dag keuzes, we willen weten waar we het beste aan doen -- of dat over financiën, gastronomie, astronomie of romantiek gaat. Als er iemand ons te allen tijde kon vertellen wat het allerbeste was, dan zou dat een geweldig geschenk zijn.

Het blijkt dat de wereld dat geschenk al kreeg in 1738, van de Nederlandse wis- en natuurkundige Daniel Bernoulli. Ik wil jullie vandaag graag vertellen wat dit geschenk precies inhoudt en uitleggen hoe het komt dat we er niets mee opgeschoten zijn.

Hier zie je het 'geschenk van Bernoulli' in zijn letterlijke vorm. Mocht dit Grieks voor je zijn…, dan kan dat kloppen, het is Grieks. In gewoon Nederlands, zij het minder precies, maar wel in de geest van wat Bernoulli ermee bedoelde, staat er: "De verwachtingswaarde van een bepaalde actie, oftewel hoeveel goeds we mogen terugverwachten, is het product van twee eenvoudige factoren: de kans dat deze actie ons iets opbrengt en hoeveel deze opbrengst ons waard is.

Het komt er volgens Bernoulli dus op neer dat als we deze twee factoren inschatten en vermenigvuldigen, we altijd precies weten hoe te handelen.

Deze eenvoudige vergelijking, zelfs als je niet zo van formules houdt, is iets waar je al ervaring mee hebt. Voorbeeldje: als ik zou voorstellen om een potje 'kop of munt' te spelen, en ik gooi op, en als het kop is, geef ik je 10 dollar, maar het kost vier dollar om dit spel met mij te mogen spelen, dan zouden de meeste van jullie meteen meedoen, omdat je weet dat de kans dat je wint, een half is, de opbrengst in dat geval 10 dollar is, vermenigvuldigd is dat vijf, wat meer is dan je mij moet betalen om mee te doen. Het antwoord is dus ja. In het vakjargon der statistiek heet dit 'een verdomd goede deal'.

Toegepast op 'kop of munt' is het idee eenvoudig, maar in het dagelijkse leven valt het behoorlijk tegen. Mensen zijn waardeloos in het inschatten van deze twee factoren en daar wil ik het vandaag met jullie over hebben.

Er zijn twee fouten die mensen maken als ze een goed besluit willen vormen. Fouten bij het inschatten van hun kansen en fouten bij het inschatten van de waarde van hun eigen succes. Eerst iets over de eerste fout. Kansen bepalen lijkt iets eenvoudigs. Een dobbelsteen heeft 6 zijden, een munt 2 en een stok kaarten 52. We weten allemaal hoe groot de kans is dat je schoppenaas trekt of de kans op kop. Toch blijkt het lang niet zo eenvoudig te zijn in het dagelijkse leven. Daarom geven Amerikanen meer geld uit aan -- of eigenlijk, verliezen meer aan -- gokken dan aan alle andere vormen van entertainment bij elkaar. Dat komt omdat mensen niet op deze manier omgaan met kansberekening.

Om te begrijpen hoe mensen kansberekenen, moeten we het eerst over varkens hebben. De vraag die ik jullie wil voorleggen, is of er meer aangelijnde honden of varkens zijn op een willekeurige dag in Oxford. Jullie weten allemaal dat het 'honden' is. Je wist dat omdat je snel in je geheugen naging hoe vaak je aangelijnde honden en varkens zag. Honden herinneren was gemakkelijk, varkens iets minder. Iedereen hier nam aan dat als aangelijnde honden ons makkelijker te binnen schoten, dat aangelijnde honden waarschijnlijker waren. Dat is geen slechte vuistregel, tenzij het dat wel is.

Neem nou dit woordspelletje. Zijn er in het Engels meer 4-letterwoorden met een R als derde letter, of met een R als eerste? Nou, je duikt je geheugen even in, bladert er doorheen en het is ontzettend makkelijk om 'Ring, Rang, Rung' op te ratelen en heel lastig om 'Pare, Park' te horen: die hebben meer tijd nodig. Er zijn echter veel meer woorden in het Engels met R als derde dan als eerste letter. De reden dat je minder makkelijk op woorden met R als derde letter komt, is niet omdat ze onwaarschijnlijk, onaannemelijk of zeldzaam zijn. Het komt omdat je woorden onthoudt op hun eerste letter. Je spuugt zowat de eerste klank uit, S -- en daar is het woord. Iets in het woordenboek opzoeken op de derde letter is behoorlijk lastig. Dus, dit is een voorbeeld van hoe de snelheid waarmee dingen je te binnen schieten je een gevoel geven van hun waarschijnlijkheid --

hoe je daarmee bedrogen uitkomt. Maar dit geldt niet alleen voor raadsels. Wanneer je Amerikanen vraagt wat de kansen zijn dat ze overlijden aan verschillende interessante oorzaken -- dit zijn schattingen van het aantal doden per jaar, per 200 miljoen Amerikanen. En dit zijn alledaagse mensen zoals wij, die gevraagd zijn om het aantal doden door tornado’s, vuurwerk, astma, verdrinking te schatten. Vergelijk deze cijfers met de daadwerkelijke aantallen.

Je ziet hier een interessant patroon. Twee oorzaken worden zwaar overschat, tornado’s en vuurwerk. Twee oorzaken worden erg onderschat: verdrinkingsdood en sterfte door astma. Waarom? Wat was de laatste keer dat je een krant pakte met de kop 'Jongen overleden aan astma'? Het is niet interessant, omdat het zo normaal is. Het is voor iedereen erg makkelijk om zich te herinneren dat we nieuwsberichten hebben gezien over allesverwoestende tornado’s, of één of andere vlegel die op Onafhankelijkheidsdag zijn handen eraf blies met vuurwerk. Verdrinkingsdood of sterfte aan astma komen niet vaak in het nieuws. Ze komen niet zo gauw in ons op, en daarom worden deze flink onderschat.

Dit lijkt inderdaad op het spel uit Sesamstraat: “Welke hoort er niet bij?” En je hebt helemaal gelijk dat het zwembad er niet bij hoort, omdat het zwembad het enige is in dit rijtje dat feitelijk echt gevaarlijk is. Waarschijnlijk zullen er meer van jullie zo sterven dan aan alle drie de andere mogelijkheden in dit rijtje bij elkaar.

Loterijen zijn een perfect voorbeeld, een perfecte testcase, van het vermogen van mensen om kansen te berekenen. Economen – mijn excuses aan de loterij-deelnemers onder jullie – maar economen, in ieder geval onderling, noemen loterijen graag domheidsbelasting, omdat de kans om uitbetaald te worden als je geld geïnvesteerd hebt in een lot, ongeveer gelijk is aan het geld direct door de wc te spoelen -- wat je trouwens de moeite bespaart eerst naar de winkel te gaan om iets te kopen.

Waarom zou iemand überhaupt meespelen in een loterij? Daar zijn veel antwoorden op mogelijk, maar zeker één ervan is dat we veel winnaars zien. Toch? Wanneer dit stel de loterij wint, of ze staan voor je deur met die gigantische cheque – hoe verzilver je zo’n gedrocht eigenlijk, geen idee. We zien dat op tv, we lezen erover in de krant. Wat was de laatste keer dat je uitgebreide interviews zag met iedereen die verloren had? Het is zelfs zo, dat als we zouden eisen dat zenders alle verliezers 30 seconden aan het woord lieten voor ieder interview met een winnaar, dan zouden de 100 miljoen verliezers van de laatste loterij negen en een half jaar van je aandacht nodig hebben, alleen om ze te zien zeggen: “Ik? Ik heb verloren.” “Ik? Ik heb verloren.” Nou, na 9,5 jaar televisie kijken -- zonder te slapen en geen plaspauzes -- waarin je verliezer na verliezer zag, en helemaal op het einde 30 seconden met “En ik heb gewonnen!”, is het niet waarschijnlijk dat je mee zou spelen in de loterij.

Kijk, ik kan het bewijzen: hier is een loterijtje. Er zijn 10 loten in dit spel. Negen daarvan zijn verkocht aan deze personen. Het kost je één dollar voor een lot en als je wint, krijg je 20 dollar. Is dit een goede deal? Volgens Bernoulli wel: de verwachtingswaarde is namelijk twee dollar. Dit is een loterij waar je je geld in moet stoppen. De meeste mensen doen dus mee.

Maar nu dezelfde loterij met een kleine aanpassing: stel je voor dat de negen loten allemaal van een dikzak genaamd Leroy zijn. Leroy heeft negen loten; er is één lot over. Wil je het kopen? De meeste mensen zullen afhaken. Je begrijpt dat de winkans niet veranderd is, maar het is ineens geen kunst meer om te bedenken wie er gaat winnen. Je ziet Leroy die cheque al in ontvangst nemen, toch? Je denkt niet: “Ik heb evenveel kans,” want je hebt minder kans om te winnen dan Leroy. Het feit dat één iemand al die loten heeft verandert je besluit om te spelen, hoewel het helemaal niets aan je kansen verandert.

Het inschatten van kansen, hoe moeilijk het ook lijkt, is simpel in vergelijking met het toekennen van waarde aan iets: iets op waarde schatten, hoeveel we er van kunnen genieten, hoeveel plezier we ergens aan zullen beleven. Ik wil het nu hebben over de fouten in waardering. Hoeveel is deze Big Mac waard? Is hij 25 dollar waard? De meesten van jullie voelen aan van niet -- je zou dat er niet voor betalen.

Maar in feite, om te bepalen of een Big Mac 25 dollar waard is, moet je jezelf één enkele vraag stellen, namelijk: “Wat kan ik nog meer met 25 dollar?” Als je ooit zo’n lange afstandsvlucht naar Australië gemaakt hebt en tot de ontdekking kwam dat ze je geen eten zullen serveren, maar iemand in de rij voor je heeft net zijn McDonald’s-pakketje geopend, en de geur van de M komt je tegemoet, dan denk je bij jezelf: er is niets wat ik de komende 16 uur nog met deze 25 dollar kan doen, zelfs niet in de fik zetten -- ze hebben mijn aansteker afgepakt! Ineens is 25 dollar voor een Big Mac niet zo’n slechte deal.

Maar als je in een onderontwikkeld land bent, en je kunt er uitgebreid voor uit eten, dan is 25 dollar buitensporig voor een Big Mac. Waarom wisten jullie zo zeker dat het 'nee' was, voordat ik ook maar iets over de context verteld had? Omdat de meesten van jullie de prijs van deze Big Mac vergeleken met wat je gewend bent te betalen. In plaats van je af te vragen: “Wat kan ik nog meer met mijn geld?” en te vergelijken met andere investeringen, vergeleek je het met het verleden. En dat is de systematische fout die mensen maken. Wat je wist, is dat je vroeger 3 dollar betaalde. 25 dollar is absurd.

Dat is een vergissing, en dat zal ik aantonen door de irrationele gevolgen te tonen. Dit is bijvoorbeeld een van de beste trucs in marketing: door te zeggen dat iets ooit duurder was, en plotseling lijkt het een zeer goede koop. Als je mensen over twee verschillende banen ondervraagt, een baan waar je 60.000 verdient, dan 50.000 en dan 40.000, een baan waar je elk jaar minder krijgt, en een waar je ieder jaar opslag krijgt, dan kiezen ze voor de tweede baan, ondanks het feit dat ze daar alles wel beschouwd veel minder verdienen. Waarom? Omdat ze het gevoel hebben dat loonsvermindering erger is dan loonsverhoging, zelfs wanneer het totale loon hoger is in de dalende periode. Nog een mooi voorbeeld:

een verzorgde vakantie naar Hawaii voor 2.000 dollar, die er uitgaat voor 1.600. Stel dat je toch naar Hawaii wilde, zou je op het aanbod ingaan? De meeste mensen zeggen van wel. Nu een net iets ander verhaal. De vakantie van 2.000 dollar naar Hawaii is nu in de aanbieding voor 700, dus je gaat er een weekje over nadenken. Terug bij het reisbureau blijken de beste deals al weg. De reis kost nu 1.500 dollar. Zou je er op ingaan? De meeste mensen niet. Waarom? Omdat het ooit 700 dollar kostte. Ik ga niet 1.500 betalen voor iets wat vorige week nog 700 was.

Door deze neiging om te vergelijken met het verleden slaan mensen de betere deal af. Met andere woorden, een goede deal, die ooit een geweldige deal was, verliest het van een slechte deal die ooit een verschrikkelijke deal was.

Hier heb je een ander voorbeeld van hoe vergelijken met vroeger onze besluitvorming kan verwarren. Stel je gaat naar het theater. Je bent onderweg, met in je portemonnee een kaartje dat 20 dollar kostte. Verder heb je nog een briefje van 20. Eenmaal aangekomen bij het theater ontdek je dat je ergens onderweg het kaartje bent kwijtgeraakt. Zou je het overgebleven geld uitgeven aan een nieuw kaartje? De meeste mensen niet. Laten we eens één ding aanpassen in dit scenario. Je bent onderweg met in je portemonnee twee briefjes van 20. Aangekomen ontdek je dat je er één kwijt bent. Zou je de andere 20 dollar uitgeven aan een kaartje? “Tuurlijk, ik ging naar het theater voor de voorstelling, wat heeft dat verloren briefje van 20 er nou mee te maken?”

Voor het geval je het nog niet helemaal begrepen hebt is hier een schema van wat er gebeurd is. (Gelach) Onderweg ben je iets kwijt geraakt. In beide gevallen was het een stukje papier. In het ene geval stond de president erop, in het andere geval niet. Wat is nou helemaal het verschil? Het verschil is dat je, toen je het kaartje verloor, bij jezelf dacht: “Ik ga niet twee keer voor hetzelfde betalen.” Je vergelijkt de huidige prijs van de voorstelling, 40 dollar, met de originele prijs -- 20 dollar -- en vindt dat een slechte deal. Vergelijken met het verleden veroorzaakt veel van de problemen die gedragseconomen en psychologen onderscheiden in pogingen van mensen om waarde toe te kennen. Maar zelfs als we vergelijken met wat mogelijk is in plaats van met het verleden, maken we verschillende soorten fouten. Ik zal er je een of twee laten zien.

Een van de dingen die we weten over vergelijkingen is dat als we vergelijken, de waarde verandert. In 1992 leek deze George Bush voor de mensen onder ons die wat aan de liberale kant van het politieke spectrum staan, niet zo’n geweldige vent. Ineens zouden we bijna wensen dat hij terugkomt. De vergelijking --- (Gelach) De vergelijking beïnvloedt onze beoordeling.

Handelaren wisten dit al veel eerder en -- zo zijn ze -- ze gebruiken deze wijsheid om je te helpen en je van de last van het geld te verlossen. Dus mocht je naar de slijter gaan om een fles wijn te kopen en je zag flessen staan voor 8, 27 en 33 dollar, wat zou je doen? De meeste mensen willen niet het allerduurste, maar ook niet de goedkoopste. Dus gaan ze voor de gulden middenweg. Dus, ben je een slimme handelaar, dan zet je een erg kostbare wijn in de schappen die niemand ooit zal kopen, zodat de wijn van 33 dollar naar verhouding ineens niet meer zo duur lijkt.

Ik wijs dus weer naar de bekende weg: vergelijken verandert de waarde van dingen. Dit is het probleem daarmee: als je die fles van 33 dollar mee naar huis neemt, maakt het niets meer uit wat er ooit naast lag in de schappen. De vergelijkingen die we maken bij het waarderen van iets, waar we proberen in te schatten hoe goed ons iets zal bevallen, zijn andere vergelijkingen dan die we maken tijdens het consumeren zelf. Dit probleem van het verleggen van vergelijkingen kan onze pogingen tot rationeel beslissen bedonderen.

Laat me een voorbeeld geven. Ik moet toch iéts laten zien uit mijn laboratorium. Hier is het. Dit zijn de deelnemers aan een experiment die de eenvoudigste vraag ooit krijgen: hoeveel ga je genieten van chips die je over één minuut mag eten? Ze zitten in een kamer met chips recht voor zich. Bij enkele deelnemers staat in een hoekje van de kamer een doos Godiva-pralines, en bij anderen een blik spam. Uiteindelijk beïnvloeden de producten die in de kamer staan hoeveel de deelnemers denken van hun chips te gaan genieten. De deelnemers die naar spam kijken, verwachten dat de chips hun goed zal smaken. De deelnemers die naar de pralines kijken verwachten lang niet zo veel van de chips. Maar wat gebeurt er als ze daarna hun chips eten? Je hebt geen psycholoog nodig om te weten dat met je mond vol vette, zoute, knapperige, overheerlijke versnaperingen, wat er in de hoek van de kamer ligt, geen bal verschil maakt in je smaakbeleving. Neemt niet weg dat hun verwachtingen onderhevig waren aan vergelijkingen die vervolgens wegvallen bij de uiteindelijke beleving.

Dit kennen jullie allemaal, zelfs als je nooit in ons lab geweest bent om chips te eten. Daarom de volgende vraag. Je wilt een autoradio kopen. De autohandelaar om de hoek verkoopt deze radio voor 200 dollar, maar als je naar de andere kant van de stad rijdt, kost hij 100 dollar. Stap je de auto in voor 50% korting, een besparing van 100 dollar? De meeste mensen wel. Zij peinzen er niet over het dubbele te betalen als ze met een ritje door de stad de helft korting kunnen krijgen.

Denk je nu eens in dat je een auto wilde kopen met een radio er in en de handelaar om de hoek had hem voor 31.000. Maar aan de andere kant van de stad stond hij voor 30.900. Zou je hiervoor rijden? Dat is 3 promille korting -- onze 100 dollar. De meeste mensen niet. “De stad door kachelen om 100 dollar te besparen op de aankoop van een auto?”

Economen worden gek van dit soort logica, en terecht. Want de bespaarde 100 dollar -- hallo! -- die weten niet waar ze vandaan kwamen. Ze weten niet waar je ze op bespaard hebt. Als je boodschappen doet, roepen ze niet: “Ik ben het geld dat je overhield aan je autoradio,” of, “Ik ben het domme geld bespaard op de auto.” Het is geld. Als een ritje door de stad 100 dollar waard is, dan is het 100 dollar waard. waar je het ook op bespaart. Zo redeneren mensen niet. Daarom weten ze ook niet of hun beleggingsadviseur 0,1 procent of 0,15 procent opstrijkt, maar ze sparen wel zegels om een dollar korting te krijgen op tandpasta.

Dit is dus het probleem van het verleggen van vergelijkingen, want je vergelijkt de 100 dollar met de aankoop die je doet, maar zodra je dat geld uitgeeft, maak je die vergelijking niet meer. Je hebt het allemaal wel eens meegemaakt.

Ben je een Amerikaan, dan ben je vast wel eens in Frankrijk geweest. Je kwam misschien een stelletje tegen uit je eigen dorp, waarvan je dacht: “Jezus, wat een hartelijke mensen. Ze doen zo aardig tegen mij. Vergeleken met die Fransen die zich ergeren aan mijn slechte Frans, maar die me haten als ik het niet probeer, zijn deze mensen geweldig.” Dus je reist samen door Frankrijk. Terug thuis nodig je ze uit voor het eten. Wat blijkt? In vergelijking met je eigen vrienden zijn ze saai en suf. Want in deze nieuwe situatie wordt de vergelijking volstrekt anders. Sterker nog, je krijgt zo’n hekel aan hen dat je hen bijna een Frans paspoort zou geven.

Je krijgt hetzelfde probleem als je een stereo-installatie uitzoekt. In de hifi-winkel staan twee boxensets: twee grote, hoekige zuilen, en twee van die kleine, slanke speakertjes. Je zet ze aan en ... ik hoor wel verschil, hoor, die grote klinken ietsje beter. Dus die worden het: je zet ze in je woonkamer waarmee je interieur een portie zinloos geweld wordt aangedaan. Met het probleem, zoals altijd, dat je de vergelijking die je in de winkel maakte nooit meer zult maken. Hoeveel kans is er dat je later nog 'ns de stereo aanzet en denkt: “Klinkt toch echt veel beter dan die kleintjes,” waarvan je niet meer weet hoe ze klonken.

Het probleem van het verleggen van vergelijkingen wordt nog lastiger als keuzes tijdsafhankelijk worden. Mensen stuntelen wat af bij het maken van keuzes over dingen die op verschillende momenten plaats vinden. Psychologen en gedragseconomen hebben ontdekt dat het gros van de mensen twee eenvoudige regels hanteert. Hier zijn eerst twee eenvoudige vragen en dan een derde, moeilijke vraag.

Dit is de eerste simpele vraag. Je kan nu 60 dollar krijgen, of nu 50 dollar. Wat heb je het liefst? Dit noemen we ook wel een één-vraags-IQ-test. Iedereen, hoop ik, heeft liever meer geld, met als reden dat we aannemen dat meer beter is dan minder.

De tweede vraag: Je kan vandaag 60 dollar krijgen of 60 dollar over een maand. Wat verkies je? Wederom niet zo’n moeilijke keuze, omdat iedereen weet dat nu beter is dan later. Keuzes maken wordt lastig als deze twee regels conflicteren. Bijvoorbeeld bij het aanbod: 50 dollar nu of 60 dollar over een maand. Dit is een typische situatie waarbij je winst haalt uit wachten, maar je geduld moet uitoefenen. Wat weten we daarvan? Wat doen mensen bij dit soort dilemma’s? Nou, het gros is bijzonder ongeduldig. Zij willen een rente van honderden of duizenden procenten voordat ze hun uitkering uitstellen en bereid zijn een maand te wachten voor die extra 10 dollar. Niet eens zo opmerkelijk, maar wat wel opmerkelijk is, is hoe makkelijk het is om het ongeduld te sussen door de uitbetalingen op een ander moment plaats te laten vinden Bedenk eens dat je over een jaar – 12 maanden -- 50 dollar kan krijgen of 60 dollar over 13 maanden. Wat zien we nu? Mensen wachten nu met plezier: als ze toch 12 maanden wachten, kunnen ze net zo goed 13 maanden wachten.

Wat veroorzaakt deze dynamische tegenstrijdigheid? Vergelijkingen. Zorgelijke vergelijkingen. Kijk maar.

Hier zie je een grafiek met de antwoorden die jullie zouden geven als ik wat meer tijd had gegeven: dat mensen de 50 dollar meer waarderen dan de 60 dollar als ze respectievelijk nu en over een maand betaald worden -- een uitstel van 30 dagen -- maar dit patroon keert zich om als je het complete besluit een jaar de toekomst in verschuift. Waar komt dit patroon in hemelsnaam vandaan?

Dat kunnen deze heren ons vertellen. Je ziet hier twee jongens, de één wat langer de ander: de brandweerman en de violist Ze zullen zo aan de horizon verdwijnen. Let daarbij op de volgende twee punten. Er is geen enkel moment dat de violist langer dan de brandweerman lijkt. Nooit. Toch lijkt het verschil steeds kleiner te worden. Eerst op het oog twee centimeter, dan één centimeter, een halve, en uiteindelijk verdwijnen ze aan de rand van de aarde.

Hier zie je de resultaten van wat ik je net liet zien. Dit is de waargenomen lengte -- zoals je die op je overkwam bij verschillende afstanden. Ik wil je bewust maken van de volgende feiten. Ten eerste, hoe groter de afstand, des te kleiner ze lijken. En ten tweede, de brandweerman is altijd groter dan de violist. Maar kijk wat er gebeurt als we er enkele doen verdwijnen. Precies. Dichtbij lijkt de violist langer dan de brandweerman, maar op een grote afstand blijft hun verhouding in lengte hetzelfde. Plato zei al: wat ruimte voor formaat is, is tijd voor waarde. Dit zijn de antwoorden op het dilemma wat ik je voorschotelde, 60 nu, of 50 over een maand. Dit zijn subjectieve waarden. Onze twee regels blijven gelden.

Mensen vinden meer altijd beter dan minder. 60 is altijd beter dan 50 en ze denken altijd dat nu beter is dan later. De balkjes aan deze kant zijn hoger dan aan die kant. Zie nu wat er gebeurt als we er een paar weglaten. Ineens komt de verwarrende dynamische tegenstrijdigheid weer terug. Mensen zijn geneigd om voor de 50 dollar te kiezen in plaats van een maand te wachten, maar niet bij een besluit ver in de toekomst. Hier volgt nog iets interessants uit: als de toekomst aanbreekt, veranderen mensen van mening. Oftewel, als de 12e maand nadert, zeg je ineens: “Wat dacht ik wel, nog een maand extra wachten op 60 dollar? Hier met die 50 dollar.”

Ik wil graag afsluiten met de volgende kwestie: als wij zo stom zijn, hoe zijn we dan ooit op de maan geland? Want ik zou nog wel twee uur door kunnen gaan met bewijzen dat mensen niet in staat zijn om kansen en waarde in te schatten.

Het antwoord op deze vraag heb je volgens mij al meer gehoord, maar ik herhaal het even: onze hersenen hebben zich ontwikkeld voor een complete andere wereld dan die waar we in leven. Ze hebben zich ontwikkeld voor een wereld waarin mensen in kleine groepjes leefden, amper iemand tegenkwamen die echt heel anders was, niet zo oud werden en weinig keuzes hoefden te maken, met vandaag eten en paren als hoogste prioriteit.

Het geschenk van Bernoulli, Bernoulli’s formuletje, vertelt ons hoe we moeten denken in een wereld waarvoor de natuur ons niet ontworpen heeft. Dat verklaart waarom we er zo slecht gebruik van maken, maar ook waarom het belangrijk is dat we dat wel snel goed gaan doen. Wij zijn de enige diersoort op deze planeet die ooit haar eigen lot in handen heeft gehad We hebben geen serieuze roofdieren boven ons, wij domineren onze fysieke leefomgeving; zaken waar normaal gesproken diersoorten door uitsterven, zijn voor ons geen bedreiging meer. Het enige -- echt het enige -- waar we aan ten onder kunnen gaan zijn onze eigen beslissingen. Als we er over 10.000 jaar niet meer zijn, dan komt dat omdat het ons niet lukte gebruik te maken van het geschenk dat we kregen van een jonge Nederlander in 1738, omdat we onze kans op toekomstige tegenslagen onderschatten en de waarde van ons huidige plezier overschatten.

Dank u wel. (Applaus)

Chris Anderson: Dat was buitengewoon. Er is nog tijd om Dan Gilbert een paar vragen te stellen. Eerste en tweede.

Bill Lyell: Zou u willen stellen dat dit mechanisme gedeeltelijk ook is hoe terrorisme werkt om ons bang te maken, en is er een goede manier om dat tegen te gaan?

Dan Gilbert: Ik heb laatst advies gegeven aan de nationale veiligheidsdiensten, die zelf meestal geloven dat er meer geld moet gaan naar grensbewaking. Ik probeerde hen uit te leggen dat terrorisme een naam is gebaseerd op de psychologische reactie van mensen op gebeurtenissen, en dat als je je zorgen maakt over terreur, je zou kunnen vragen wat terreur veroorzaakt en hoe we kunnen zorgen dat mensen zich niet bang voelen, in plaats van -- of beter gezegd, naast het beëindigen van de gruwelen waar we ons zorgen over maken. Zeker hoeveel aandacht de Amerikaanse pers eraan besteedt -- sorry, maar in getallen uitgedrukt zijn het maar kleine voorvallen. Zo weten we bijvoorbeeld dat er in de VS meer mensen zijn overleden door geen vliegtuigen te nemen -- omdat ze bang waren -- maar de auto te nemen, dan dat er op 11 september zijn overleden. Als ik je zou zeggen dat er een plaag is die volgend jaar het leven van 15.000 Amerikanen zou opeisen, zou je verontrust zijn als je niet wist dat het om griep ging. Het blijven kleine voorvallen, en we moeten ons afvragen of de media er zoveel aandacht aan moeten schenken, als nu gebeurt. Dat zorgt er vanzelf voor dat mensen de kans overschatten dat hen op deze manier iets overkomt. Dat geeft macht aan wie ons wil terroriseren.

CA: Hier zou ik meer over willen horen. Je zegt dat onze reactie op terreur een soort van bug in onze psyche is? Zeg daar eens wat meer over.

DG: Het is buitenproportioneel. Als Australië morgen verdwijnt, is angst waarschijnlijk de juiste reactie. Dat is een verschrikkelijk groot aantal hele lieve mensen. Aan de andere kant, als een bus opgeblazen wordt en 30 mensen gaan dood: er zijn meer mensen dan dat overleden door het niet dragen van autogordels in hetzelfde land. Is angst dan de juiste reactie?

CA: Wat veroorzaakt die bug? Dat het zo dramatisch is -- of zo spectaculair? Komt het omdat het een geplande aanslag is door, ik citeer, buitenstaanders?

DG: Ja. Er zijn verschillende redenen, en je wees er al een paar aan. Het is een mens die ons probeert te doden. het is niet zomaar een boom die toevallig op ons valt. Ten tweede, deze vijanden willen ons misschien nog eens aanvallen. Mensen worden vermoord zonder reden in plaats van met reden - alsof er een goede reden bestaat, maar soms denken mensen van wel. Er zijn dus verscheidene oorzaken tesamen waardoor het zo’n spectaculair incident lijkt, maar vergeet niet dat de kranten goed verkopen als mensen er iets in zien staan dat ze graag willen lezen. Dus de media spelen hier een grote rol. Die willen zulke dingen zo spectaculair mogelijk hebben.

CA: Hoe zorgen we dat onze cultuur het wat minder opblaast?

DG: Nou, ga naar Israël. Ga gewoon naar Israël. Een winkelcentrum ontploft, wat erg is, en 1,5 uur later -- tenminste, toen ik daar was, en ik was 50 m van de ontploffing vandaan. Ik ging terug naar mijn hotel en de geplande bruiloft ging gewoon door. De Israëlische moeder zei: “We laten ze niet winnen door bruiloften te stoppen.” Deze cultuur heeft geleerd -- net als andere -- om te leven met een bepaalde hoeveelheid terrorisme en zich minder druk maakt dan, zeg maar, culturen die minder vaak doelwit zijn geweest.

CA: Maar is er ook een reële grond voor onze angsten, de reden dat we bang zijn, is omdat we denken dat er nog een veel grotere aanslag zal komen?

DG: Ja natuurlijk: als we wisten dat dit de grootste aanslag ooit was en er nog meer bussen van 30 mensen doelwit waren -- dan zouden we wellicht niet zo bang zijn. Ik wil hier niet zeggen -- straks gaan ze me citeren met “Niets mis met terrorisme, waar maken we ons druk om.” Maar dat bedoel ik echt niet. Mijn punt is dat, rationeel gezien, onze zorgen over gebeurtenissen, bedreigingen, ongeveer in verhouding moeten zijn met de omvang van bedreigingen, nu en in de toekomst. Met terrorisme is dat niet het geval, volgens mij. Veel dingen die we vandaag hoorden -- hoeveel mensen ken je die vandaag opstonden en zeiden: “Armoede! Waar gaat het heen met al die armoede.” Als mensen 's ochtends opstaan, maken ze zich niet druk om armoede. Dat haalt de krant niet. Het is geen nieuws, het is niet hip. Er wordt niet geschoten. Als je een van deze problemen moest oplossen, Chris, welke zou dat dan zijn: terrorisme of armoede? (Gelach) (Applaus) Da’s een lastige.

CA: Ongetwijfeld armoede, dat is zoveel groter, zo ontzettend veel groter, tenzij iemand ons ervan overtuigt dat er echt terroristen met atoombommen komen. Voor zo ver ik weet, gelezen en gezien heb, is het verschrikkelijk lastig voor hen om een atoombom te krijgen, maar als we er naast zitten, staan we allemaal voor schut, en met armoede is het een beetje --

DG: Zelfs als dat waar zou zijn, dan blijft armoede meer doden eisen. (Applaus)

CA: We zijn geëvolueerd om ons op te winden over deze dramatische aanslagen. Komt dat omdat we vroeger, lang geleden, zaken als ziektes niet begrepen, en de systemen die armoede veroorzaken en zo, zodat het geen zin had om ons als soort druk te maken over dit soort dingen? Mensen gingen dood, het zij zo. Maar als je zelf aangevallen werd, dan had je het heft in eigen handen, zodat we nu reageren zoals we reageren. Is het zo gegaan?

DG: Weet je, het meest sceptisch over teruggrijpen naar evolutionaire verklaring zijn de evolutiepsychologen zelf. Ik ga er vanuit dat er niet zoiets specifieks was in ons evolutionair verleden. Maar zoek je toch een evolutionaire reden, dan zou je kunnen zeggen omdat de meeste organismen neofobisch zijn -- bang voor wat nieuw is. En daar is een goede reden voor, want het vorige heeft je niet opgegeten. Er is minder kans dat een gekend dier jou als prooi ziet, dan een beest dat je voor het eerst tegenkomt. Dus, als een schoolbus opgeblazen wordt en we dit voor het eerst meemaken, zijn we geneigd om te handelen zoals we altijd doen bij nieuwe fenomenen. Het lijkt me niet zo’n specifieke evolutionaire aanpassing als je net aanhaalde: maar eerder een fundamentele.

Jay Walker: Economen zijn dol op praten over hoe dom deelnemers aan de loterij zijn. Ik denk dat u precies dezelfde fout maakt als waar u hen van beschuldigt: het verkeerd inschatten van de waarde. Ik heb zo'n 1.000 kopers van loten ondervraagd door de jaren heen. Het blijkt dat de waarde van het kopen van een lot niet het winnen is. Wat u wel denkt, toch? De gemiddelde loterij-deelnemer koopt zo’n 150 loten per jaar, dus de speler weet zelf goed dat hij of zij zal verliezen, maar koopt toch 150 loten per jaar. Waarom? Niet omdat zij stom is, of omdat hij stom is. Dat komt omdat er door de kans op winnen serotonine vrijkomt in de hersenen, wat een goed gevoel geeft tot je hoort dat je verloren hebt. Of anders gezegd, met een investering van een dollar kun je je veel beter voelen dan als je je geld door de wc spoelt, waar je geen goed gevoel van krijgt. Maar economen zijn geneigd -- (Applaus) -- economen zijn geneigd met een bepaalde bril naar de wereld te kijken, en te denken dat loterij-spelers dom zijn. Vervolgens worden economen door veel mensen gezien als dommeriken. Het komt er op neer dat we op de maan geland zijn, omdat we juist niet naar economen geluisterd hebben. Dank u wel. (Applaus)

DG: Nou, je hebt zeker een punt. Het is nog maar afwachten of het plezier van meedoen even groot is als de teleurstelling na de loterij. Vergeet niet dat wie geen lotje kocht, zich de dag erop niet slecht voelde, ook al doet de trekking hem niets. Ik denk niet dat ze beseffen dat ze niet gaan winnen. Ze weten wel dat de kans klein is, maar hij is er wel, dus liever de loterij dan het geld door de wc spoelen. Maar ik zie zeker waar je naar toe wilt: het kopen van een lot levert meer op dan alleen het winnen. Verder ken ik vele redenen om niet naar economen te luisteren. Dit is er geen van, wat mij betreft, maar er zijn redenen te over.

CA: Laatste vraag.

Aubrey de Grey: Ik ben Aubrey de Grey, uit Cambridge. Ik houd me bezig met doodsoorzaak nummer één -- ouderdom, waar ik graag iets tegen wil doen, morgen meer daarover. Ik kan me helemaal vinden in wat u zegt. Het lijkt erop dat het grote probleem bij het sensibiliseren voor de strijd tegen ouderdom, is dat ouderdom, als je er last van krijgt, zich openbaart als kanker of hartkwalen. Heb je nog adviezen? (Gelach)

DG: Voor u of voor hen?

AdG: Om ze te overhalen.

DG: Aha, voor u om hen over te halen. Nou het is verschrikkelijk lastig om mensen vooruit te laten kijken. Maar één ding dat volgens psychologen lijkt te werken, is om mensen hun toekomst wat concreter voor te laten stellen. Een probleem met beslissen over de verre en nabije toekomst, is dat we de nabije toekomst veel concreter voor ons zien dan de verre toekomst. Als mensen hun nabije en verre toekomst even gedetailleerd voorstellen, zullen ze op dezelfde manier hun besluiten vormen voor beide. Dus “Zou u 100.000 dollar meer willen hebben wanneer u 65 bent?” is een totaal andere vraag dan: “Beeld u zichzelf eens in als 65-jarige: leeft u nog, hoe ziet u eruit, hoeveel haar heeft u nog, met wie woont u samen?” Zodra we alle details hebben van deze denkbeeldige situatie, lijkt het ineens belangrijker om te sparen zodat die kerel van zijn pensioen kan genieten. Maar dat zijn doekjes voor het bloeden. Ik denk dat u het opneemt tegen een diepmenselijk trekje dat zegt: “Ik leef in het hier en nu, nu is dus belangrijker dan later.”

CA: Dan, dankjewel. Mensen in de zaal, dit was een geweldige sessie. Dankjewel."

(Applaus)

 

Bron: TED.com
Reactie plaatsen