Waarom Er Te Weinig Vrouwelijke Leiders Zijn





Facebook-directeur Sheryl Sandberg onderzoekt waarom minder vrouwen dan mannen de top van hun beroepen bereiken - en biedt 3 krachtige adviezen aan vrouwen die een plek in de directie ambiëren.


"Voor elk van ons hier vandaag aanwezig geldt: laten we beginnen met toegeven dat we geluk hebben. We leven niet in de wereld waarin onze moeders en grootmoeders leefden, waarin carrière-opties voor vrouwen zo beperkt waren. Als je vandaag hier bent, dan groeide je op in een wereld waarin de meesten van ons basisburgerrechten hadden. Wonderlijk genoeg wonen we nog steeds in een wereld waarin sommige vrouwen die niet hebben. Los daarvan hebben we nog steeds een probleem, en het is een echt probleem. Het is het volgende: vrouwen halen de top van geen enkel beroep waar dan ook ter wereld. De cijfers vertellen een heel duidelijk verhaal. 190 staatshoofden -- 9 vrouwen. Van alle vrouwelijke parlementairen ter wereld zijn 13 procent vrouwen. In het bedrijfsleven is het aantal vrouwen aan de top, de hoogste functies, de raad van bestuur, afgetopt op 15, 16 procent. De aantallen zijn niet gewijzigd sinds 2002 en gaan de verkeerde kant uit. Zelfs in de non-profit-sector, waarvan we soms denken dat hij door meer vrouwen wordt geleid, zijn er maar 20 procent vrouwen aan de top.

We hebben ook een ander probleem, namelijk dat vrouwen voor moeilijker keuzes staan tussen professioneel succes en persoonlijke voldoening. Een recente studie in de VS toonde dat van de getrouwde hogere directeuren, twee derden van de getrouwde mannen kinderen hadden, tegen slechts één derde van de getrouwde vrouwen. Enkele jaren geleden was ik in New York om een deal voor te stellen, in één van die hippe New Yorkse private equity-kantoren, je kan het je voorstellen. Ik ben in de vergadering -- ze duurt ongeveer 3 uur -- en na 2 uur is het tijd voor een sanitaire stop, en iedereen staat op, en de partner die de vergadering leidt begint er gegeneerd uit te zien. Ik besefte dat hij niet wist waar de vrouwentoiletten waren in zijn kantoor. Ik begin dus uit te kijken naar verhuisdozen, ik denk dat ze pas verhuisd zijn, maar ik zie er geen. Dus zei ik: "Zijn jullie pas naar dit kantoor verhuisd?" Hij zei: "Nee, we zijn hier ongeveer een jaar." Ik zei: "Wil je me zeggen dat ik de enige vrouw ben die dit jaar in dit kantoor een deal heeft voorgesteld?" Hij keek naar me en zei: "Ja. Of misschien ben je de enige die naar het toilet moest."

(Gelach)

De vraag is dus: hoe zetten we dit recht? Hoe veranderen we de cijfers aan de top? Hoe maken we dit anders? Ik wil beginnen met te zeggen dat ik hierover spreek -- over vrouwen buitenshuis aan het werk houden -- omdat ik echt denk dat dat het antwoord is. In het gedeelte van de arbeidsmarkt met hoge inkomens, bij de mensen die aan de top eindigen -- Fortune 500 CEO-functies, of het equivalent in andere takken -- is het probleem, daar ben ik van overtuigd, dat vrouwen afhaken. Mensen praten daar veel over, en ze praten over dingen als flextijd en mentorschap, en trainingsprogramma's die bedrijven moeten hebben voor vrouwen. Ik wil daar vandaag niet over praten -- hoewel dat allemaal erg belangrijk is. Vandaag leg ik de klemtoon op wat we als individu kunnen doen. Welke boodschap hebben we voor onszelf? Welke boodschap hebben we voor de vrouwen die met en voor ons werken? Welke boodschap hebben we voor onze dochters?

Ik wil van bij het begin duidelijk stellen dat deze toespraak geen oordeel velt. Ik heb de waarheid niet in pacht, zelfs niet voor mijzelf. Ik vertrok maandag uit San Francisco, naar het vliegtuig, voor deze conferentie. Toen ik mijn dochter van 3 aan de school afzette, hing ze aan mijn been en huilde "Mammie, stap niet op het vliegtuig!" Dit is hard. Ik voel me soms schuldig. Ik ken geen vrouwen, of ze nu thuis of buitenshuis werken, die dat gevoel niet af en toe hebben. Ik zeg dus niet dat buitenshuis blijven werken voor iedereen het juiste is.

Mijn praatje van vandaag gaat over de boodschap als je buitenshuis wil blijven werken. Ik denk dat er drie zijn. Eén: neem plaats aan tafel. Twee: maak van je partner een echte partner. En drie -- kijk goed -- ga niet weg voor je weggaat. Nummer één: neem plaats aan tafel. Een paar weken geleden ontvingen we op Facebook een erg belangrijke regeringsfunctionaris, die twee senior directeuren kwam ontmoeten uit de buurt van Silicon Valley. Iedereen zat zowat rond de tafel. Hij had twee vrouwen bij zich die hem begeleidden en hoge functies hadden in zijn departement. Ik zei hun: "Neem plaats aan tafel, kom, ga aan tafel zitten." En ze gingen aan de kant van de kamer zitten. Toen ik in mijn laatste jaar van de universiteit zat, volgde ik het vak Europese Intellectuele Geschiedenis. Fantastisch toch, dat soort universitaire colleges. Ik wou dat ik het nu kon doen. Ik volgde het samen met mijn flatgenote Carrie, die toen een briljante literatuurstudente was -- en later een briljante literatuuronderzoekster werd -- en met mijn broer -- slimme kerel, maar medisch student en waterpolospeler, tweede jaar universiteit.

We volgen dat vak samen. Carrie leest alle boeken in het originele Grieks en Latijn -- volgt alle colleges -- Ik lees alle boeken in het Engels en volg de meeste colleges. Mijn broer heeft het nogal druk. Hij leest één van de 12 boeken, volgt een paar colleges, marcheert onze kamer binnen een paar dagen voor het examen, om zich te laten klaarstomen. We gaan samen naar het examen. We gaan zitten. We zitten daar drie uur lang -- en onze kleine blauwe notitieboekjes -- ja, zo oud ben ik. We gaan naar buiten, kijken elkaar aan en zeggen: "Hoe ging het bij jou?" Carrie zegt: "Man , ik denk niet dat het me is gelukt de essentie van de Hegeliaanse dialectiek te vatten." Ik zeg: "God, ik wou dat ik de theorie van de eigendom van John Locke echt in verband had gebracht met de filosofen na hem." Mijn broer zegt: "Ik heb het hoogste cijfer van de klas." "Jij hebt het hoogste cijfer van de klas? Jij weet niets."

Het probleem met deze verhalen is dat ze tonen wat de data tonen: vrouwen onderschatten hun eigen mogelijkheden systematisch. Als je mannen en vrouwen test, en ze dan bevraagt met volkomen objectieve criteria zoals standaardcijfers, dan schatten mannen een beetje te hoog en vrouwen een beetje te laag. Vrouwen onderhandelen niet voor zichzelf op de arbeidsmarkt. Een studie van de laatste twee jaar van mensen die beginnen te werken na de universiteit, toont dat 57 procent van de startende jongens -- of mannen, zeker -- hun eerste salaris onderhandelen, tegen slechts zeven procent van de vrouwen. Belangrijker, mannen schrijven hun succes aan zichzelf toe, en vrouwen aan andere externe factoren. Vraag je mannen waarom ze iets goed hebben gedaan, dan zeggen ze: "Ik ben geweldig. Uiteraard. Vanwaar de vraag?" Vraag je vrouwen waarom ze iets goed hebben gedaan, dan zeggen ze dat iemand hen heeft geholpen, ze hadden geluk, ze hebben echt hard gewerkt. Waarom is dat belangrijk? Man, het maakt veel uit omdat niemand dat kantoor op de hoek krijgt door aan de kant te zitten en niet aan tafel. Niemand krijgt promotie als ze niet vinden dat ze hun succes verdienen of als ze hun eigen succes zelfs niet begrijpen.

Ik wou dat het antwoord gemakkelijk was. Ik wou dat ik alle jonge vrouwen voor wie ik werk, gewoon kon zeggen, al die geweldige vrouwen: "Geloof in jezelf en onderhandel voor jezelf. Wees eigenaar van je eigen succes." Ik wou dat ik dat aan mijn dochter kon zeggen. Maar het is niet zo eenvoudig. Wat de data vooral tonen, is iets anders, namelijk dat succes en aardig gevonden worden, positief gecorreleerd zijn voor mannen en negatief gecorreleerd voor vrouwen. Iedereen zit te knikken, want we weten allemaal dat dat waar is.

Er is een prima studie die dit heel goed aantoont. Er is een bekende studie van Harvard Business School over een vrouw genaamd Heidi Roizen. Ze werkt voor een bedrijf in Silicon Valley en ze gebruikt haar contacten om een zeer succesvolle durfkapitalist te worden. In 2002 -- niet zo lang geleden -- behandelde een professor die toen aan Columbia University zat, deze case en maakte er Heidi Roizen van. Hij deelde hem uit -- allebei -- aan twee groepen studenten. Hij veranderde exact één woord: Heidi werd Howard. Maar dat ene woord maakte een wereld van verschil. Hij deed een enquête bij de studenten. Het goede nieuws was dat de studenten, mannen en vrouwen, Heidi en Howard even competent vonden, en dat is goed. Het slechte nieuws is dat iedereen Howard leuk vond. Leuke kerel, je wil voor hem werken, je wil een dag met hem gaan vissen. Maar Heidi? Niet zo zeker. Ze loopt nogal met zichzelf op. Ze is een beetje politiek. Je weet niet zeker of je voor haar wil werken. Dat maakt het ingewikkeld. We moeten onze dochters en collega's vertellen, we moeten onszelf verplichten te geloven dat we top zijn, dat we promotie willen, dat we aan tafel gaan zitten. We moeten het doen in een wereld waarin ze daar offers voor moeten brengen, zelfs als hun broers dat niet moeten.

Het droevigste is dat het erg moeilijk is dit niet te vergeten. Zodadelijk vertel ik een verhaal dat erg gênant is voor mijzelf, maar ik vind het belangrijk. Niet zo lang geleden gaf ik een toespraak bij Facebook voor ongeveer 100 medewerkers. Een paar uur later was er een jonge vrouw die er werkt, ze zit voor mijn bureautje en wil met me praten. Ik zeg OK, ze gaat zitten, we praten. Ze zei: "Ik heb vandaag iets geleerd. Ik heb geleerd dat ik mijn hand omhoog moet houden." Ik zei: "Wat bedoel je?" Ze zei: "Wel, je gaf een toespraak en je zei dat je nog twee vragen zou beantwoorden. Ik had net als vele mensen mijn hand opgestoken, en je behandelde 2 vragen. Ik liet mijn hand zakken, en ik zag alle vrouwen hetzelfde doen, en toen beantwoordde je nog meer vragen, alleen van mannen." Ik bedacht voor mezelf: wow, als ik het ben -- die dit belangrijk vind -- die deze toespraak geef -- en ik merk tijdens de toespraak niet eens dat de handen van de mannen nog opgestoken zijn, dat de handen van de vrouwen nog opgestoken zijn, hoe goed zijn we dan als leiders van ons bedrijf en onze organisatie in opmerken dat de mannen meer opportuniteiten nastreven dan vrouwen? We moeten vrouwen een plaats aan de tafel laten innemen.

(Applaus)

Boodschap nummer twee: maak van je partner een echte partner. Ik ben ervan overtuigd dat we meer vooruit zijn gegaan op de arbeidsmarkt dan thuis. De data tonen dit zeer duidelijk. Als een vrouw en een man voltijds werken, en een kind hebben, dan werkt de vrouw dubbel zoveel in het huishouden als de man, en de vrouw besteedt dubbel zoveel tijd aan zorg voor de kinderen als de man. Ze heeft dus drie banen, of twee, en hij heeft er één. Wie denk je dat er afhaakt als er iemand meer thuis moet zijn? De redenen daarvan zijn erg complex, en ik heb geen tijd om erop in te gaan. Ik denk niet dat zondag naar het voetbal kijken of algehele luiheid de oorzaak zijn.

Ik denk dat de oorzaak complexer is. Ik denk dat we als maatschappij meer druk leggen op onze jongens om te slagen dan op onze meisjes. Ik ken mannen die thuisblijven en in huis werken om carrièrevrouwen te steunen. Het is moelijk. Als ik naar Mammie-en-ik-bijeenkomsten ga, en ik zie de vader daar, dan merk ik dat de andere mama's niet met hem spelen. Dat is een probleem, want we moeten er een even belangrijke baan van maken -- omdat het de lastigste ter wereld is -- om binnenshuis te werken voor mannen en vrouwen, als we de lat gelijk willen krijgen en vrouwen buitenshuis willen laten werken. (Applaus) Studies tonen aan dat huishoudens met gelijke inkomens en gelijke verantwoordelijkheid maar half zo vaak scheiden. Als dat nog niet voldoende motivatie is voor iedereen, ze hebben ook meer -- hoe moet ik dat zeggen op dit podium? -- ze kennen elkaar ook vaker in de bijbelse zin.

(Gejuich)

Boodschap nummer drie: ga niet weg voor je weggaat. Ik denk dat het diep ironisch is dat dingen die vrouwen doen -- en ik zie dit aldoor gebeuren -- om aan de slag te blijven, er uiteindelijk toe leiden dat ze vertrekken. Het gaat zo: we hebben het allemaal druk, iedereen druk, vrouwen druk. Ze begint te denken aan een baby. Zodra ze daaraan begint te denken, begint ze te denken aan plaats maken voor dat kind. "Hoe ga ik dit inpassen in de rest van mijn activiteiten?" Letterlijk vanaf dat moment, steekt ze haar hand niet meer op, zoekt ze geen promotie, neemt ze het nieuwe project niet aan. Ze zegt niet: "Ik, ik wil dat doen." Ze begint achterover te leunen. Het probleem is dat -- veronderstel dat ze die dag zwanger werd -- negen maanden zwangerschap, drie maanden moederschapsrust, zes maanden om op adem te kopen -- doorspoelen naar twee jaar verder, en vaker -- zo heb ik het gezien -- beginnen vrouwen daar veel eerder aan te denken -- als ze zich verloven, als ze trouwen, als ze beginnen denken aan een baby, wat lang kan duren. Een vrouw kwam me hierover opzoeken. Ik keek haar aan -- ze zag er erg jong uit. Ik zei: "Denken jij en je man aan een baby?" Ze zei: "Oh nee, ik ben niet getrouwd." Ze had zelfs geen vriendje. Ik zei: "Je denkt hier gewoon veel te vroeg aan."

Het punt is: wat gebeurt er zodra je rustigjes achterover begint te leunen? Iedereen die dit heeft meegemaakt -- en ik kan je zeggen, zodra je een kind in huis hebt, kan je maar beter een goede baan hebben om naar terug te gaan, want het is moeilijk om dat kind thuis te laten -- je baan moet uitdagend zijn. Je baan moet voldoening schenken. Je moet het gevoel hebben dat je verschil maakt. Als je twee jaar geleden een promotie niet aannam en de kerel naast jou wel, als je drie jaar geleden stopte met uitkijken naar nieuwe kansen, dan zal je je vervelen, want je had je voet op het gaspedaal moeten houden. Ga niet weg voor je weggaat. Blijf erbij. Hou je voet op het gaspedaal tot de dag zelf waarop je moet vertrekken om een kinderpauze te nemen -- en beslis dan. Beslis niet te lang op voorhand, vooral niet als je niet eens beseft dat je beslist.

Mijn generatie zal helaas de aantallen aan de top echt niet veranderen. Ze trappelen ter plaatse. We zullen niet geraken tot waar 50 procent van de bevolking -- tijdens mijn generatie zullen er geen 50 procent zijn aan de top van enige bedrijfstak. Maar ik hoop dat toekomstige generaties dat kunnen. Ik denk dat een wereld waarin de helft van de landen en de bedrijven door vrouwen worden geleid, een betere wereld zou zijn. Dat is niet alleen omdat mensen de vrouwentoiletten zouden weten te vinden, ook al zou dat zeer nuttig zijn. Ik denk dat het een betere wereld zou zijn. Ik heb twee kinderen. Ik heb een zoon van vijf en een dochter van twee. Ik wil dat mijn zoon kan kiezen of hij buitenshuis of thuis zijn bijdrage levert. Ik wil dat mijn dochter kan kiezen om niet alleen te excelleren, maar ook aardig te worden gevonden om wat ze presteert.

Dankuwel."

(Applaus)

 

Bron: TED.com
Reactie plaatsen