Wie Waren De Vestaalse Maagden, En Wat Was Hun Taak?




 

Een eenzame priesteres loopt een ondergrondse kamer tegemoet. Mensen staan op straat te kijken hoe ze haar onschuld verkondigt. Het doet er niet toe. Ze is al veroordeeld en schuldig bevonden. De straf? Levend begraven.

In de ondergrondse kamer staan wat brood, water, melk en olie. Ze heeft er een lamp, een bed en een deken, maar ze komt er niet levend uit. Op de drempel stopt de priesteres, zegt nogmaals onschuldig te zijn en komt dan in de kamer terecht om nooit meer gezien te worden door de Romeinen.

De priesteres is één van de zes Romeinse Vestaalse maagden, elk zorgvuldig gekozen als kind, uit de meest aristocratische Romeinse families. Maar nu dat ze is overleden, blijven er slechts vijf over en er moet een nieuwe priesteres worden gekozen.

De zesjarige Licinia was getuige van het schouwspel zonder te weten dat zij enkele dagen later zou worden aangewezen als de volgende Vestaalse maagd. Haar leeftijd, patriciërsfamilie en haar zichtbare gezondheid maakten haar de beste kandidaat om godin Vesta te dienen, in de ogen van de Romeinen. Haar ouders zijn trots dat hun dochter is gekozen. Licinia is bang, maar ze heeft geen keus. Ze moet de godin ten minste 30 jaar dienen.

Gedurende de eerste tien jaren dat Licinia dient, wordt ze beschouwd als zijnde in opleiding voor Vestaalse maagd. Haar belangrijkste opdracht is waken over de vlam van Vesta, de maagdelijke godin van huis en haard. Vesta heeft geen standbeeld zoals andere Romeinse goden en godinnen, maar de vlam symboliseert haar, dag en nacht brandend in haar tempel, gelegen naast het Forum in het centrum van de stad. Zoals alle Vestaalse priesteressen doet Licinia elke dag onder meer dienst door het bewaken en verzorgen van de vlam.

De vlam staat voor twee dingen: de eerste is de continuatie van Rome als een macht in de wereld. De Romeinen geloofden dat zodra de vlam dooft, de stad in gevaar is. Ze staat ook symbool voor de blijvende maagdelijkheid van Vestas priesteressen. Voor de Romeinen bevestigt haar maagdelijkheid niet alleen haar onschuld of bescheiden geest en lichaam, maar ook haar rituele zuiverheid. Dus Licinia weet dat ze de vlam nooit uit mag laten gaan. Haar leven, die van haar mede priesteressen en de veiligheid van Rome hangen ervan af.

Licinia leert elke dag water te vergaren uit een nabijgelegen fontein om de tempel schoon te maken. Ze leert de Fasti, de kalender van heilige rituelen, en ze kijkt toe terwijl de oudere priesteressen offers verrichten. Tegen de tijd dat ze haar opleiding heeft afgerond, is ze zestien jaar. Licinia snapt dat haar handelingen de godin die ze dient moeten weerspiegelen. Wanneer het haar beurt is om water te halen, kijkt ze omlaag. Wanneer ze offers brengt, concentreert ze zich intens op de taak.

Licinia steekt er al haar energie in om de best mogelijke priesteres te zijn. Ze is bezorgd dat de staat haar ooit zal doden in hun eigen belang, om zichzelf tegen gevaar te beschermen. Licinia kan altijd worden beschuldigd van incestum, wat onkuisheid betekent, en worden opgeofferd, schuldig of niet. Licinia snapt nu waarom haar voorganger levend is begraven.

Tien jaar geleden ging de vlam van Vesta uit. De priesteressen wisten dat het geen geheim kon blijven. De toekomst van Rome stond op het spel. Ze gingen naar de geestelijke leider, die onderzocht waarom de vlam was uitgegaan. Iemand beweerde dat één van de priesteressen geen maagd meer was. Dat was het begin van het einde. De verdachte betuigde haar onschuld, maar het was niet genoeg. Ze werd berecht en schuldig bevonden. De dood van de priesteres was bedoeld om de stad te beschermen.

Maar Licinia huilt voor het verlies en voor wat ze nu weet. Haar eigen toekomst kwam tot stand door de dood van een ander en haar eigen leven kan net zo gemakkelijk eindigen door zoiets simpels als een dovende vlam.

Bron: TED.com
Reactie plaatsen