Geluk En De Verrassingen Die Ermee Gepaard Gaan





Cognitief onderzoeker Nancy Etcoff kijkt naar geluk - de manieren waarop we het proberen te bereiken en te vergroten, de manier waarop het wordt losgemaakt van onze werkelijke omstandigheden, en het verrassende effect op ons lichaam.


"Dit heet Verslaafd aan een Gevoel: Het Zoeken naar Geluk en het Menselijk Ontwerp. Ik toon hier een wat strenge Darwin naast een heel gelukkige chimpansee. Mijn eerste punt is dat het najagen van geluk verplicht is. De mens wil gelukkig zijn, alleen maar gelukkig zijn en kan niet wensen het niet te zijn. Wij zijn gemaakt om geluk na te streven, niet alleen om ervan te genieten, maar om er steeds meer van te willen.

Gegeven dat dat waar is, hoe goed zijn we dan in het vergroten van ons geluk? We proberen het zeker. Als je kijkt op de site van Amazon, vind je meer dan 2000 titels met adviezen over de zeven gewoonten, de negen keuzes, de tien geheimen, de 14.000 gedachten die verondersteld worden geluk te brengen. Een andere manier waarop we ons geluk proberen te verhogen, is door medicatie. Er worden meer dan 120 miljoen voorschriften voor antidepressiva verstrekt. Prozac was het eerste massaal verkochte geneesmiddel. Het was schoon, efficiënt, je werd er niet high van, er was echt geen gevaar, het had geen straatwaarde. In 1995 vertegenwoordigden illegale drugs een business van 400 miljard dollar. Ze waren goed voor acht procent van de wereldhandel, ongeveer hetzelfde als gas en olie.

Deze wegen naar geluk hebben het geluk niet veel laten stijgen. Hoe zit het nu? Hoewel de percentages van het geluk ongeveer zo plat zijn als het oppervlak van de maan, zijn depressie en angst aan het toenemen. Sommige mensen zeggen dat dat komt door een betere diagnose, waardoor het bij meer mensen wordt ontdekt. Het is niet alleen dat. We zien het over de hele wereld. In de Verenigde Staten gebeuren er nu meer zelfmoorden dan moorden. Er is een golf van zelfmoorden in China. De World Health Organization voorspelt dat in het jaar 2020 depressie de op een na grootste oorzaak van invaliditeit zal worden.

Het goede nieuws is dat als je de enquêtes van de hele wereld neemt, we zien dat ongeveer driekwart van de mensen zeggen dat ze op zijn minst redelijk gelukkig zijn. Maar dat komt niet tot uiting in de gebruikelijke trends. Deze twee grafieken laten bijvoorbeeld een grote groei van inkomsten zien, maar voor geluk blijft het absoluut vlak.

Mijn vakgebied, de psychologie, heeft niet veel geholpen om meer inzicht te krijgen in het menselijk geluk. Voor een deel zitten we met de erfenis van Freud, een pessimist, die zei dat streven naar geluk een gedoemde zoektocht is, aangedreven door infantiele aspecten van het individu en waaraan in de realiteit nooit kan worden voldaan. Hij zei: "Je zou zeggen dat de bedoeling dat de mens gelukkig moet zijn geen onderdeel is van het scheppingsplan." Het uiteindelijke doel van de psychoanalytische psychotherapie was volgens Freud gewone ellende.

(Gelach)

Freud weerspiegelt ten dele de anatomie van het menselijke emotiesysteem - dat is dat we zowel een positief als een negatief systeem hebben en ons negatieve systeem extreem gevoelig is. Zo zijn we bijvoorbeeld geboren met een voorliefde voor zoet en reageren met afschuw op iets bitter. We ontdekten ook dat mensen het erger vinden iets te verliezen dan dat winnen ze gelukkig maakt. De formule voor een gelukkig huwelijk zijn vijf positieve opmerkingen of interacties voor elke negatieve. Zo krachtig is die ene negatieve. Vooral uitingen van minachting of afschuw moeten door een heleboel positieve dingen worden gecompenseerd.

Ook het reageren op stress hoort hier thuis. We zijn bedraad voor directe, fysieke, dreigende gevaren waarbij ons lichaam ongelooflijk gaat reageren en endogene opioïden hun rol gaan spelen. Een oeroud ingebouwd systeem gericht tegen fysiek gevaar. Na verloop van tijd wordt dit een reactie op stress met een enorme invloed op het lichaam. Cortisol overspoelt de hersenen. Het vernietigt de hippocampuscellen en het geheugen en kan leiden tot allerlei gezondheidsproblemen.

Maar helaas hebben we dit systeem voor een deel nodig. Als we alleen maar door plezier geregeerd zouden worden, zouden we niet overleven. We hebben echt twee commandoposten. Emoties zijn intense reacties van korte duur op uitdagingen en kansen. Elk ervan stelt ons in staat om alternatieve ‘zelven’ aan te klikken. Gedachten, waarnemingen, gevoelens en herinneringen worden er door afgestemd, aangezet, uitgeschakeld. We hebben de neiging om aan emoties te denken als alleen maar gevoelens. Maar in feite zijn emoties een alle-systemenalarm die veranderen wat we ons herinneren, wat voor beslissingen we nemen, en hoe we dingen waarnemen.

We komen nu aan de nieuwe wetenschap van het geluk. We zijn afgestapt van de freudiaanse somberheid en mensen zijn nu actief bezig met dit te bestuderen. Een van de belangrijkste punten in de wetenschap van het geluk is dat geluk en ongeluk geen uitersten zijn van één enkel continuüm. Het freudiaanse model is slechts één enkel continuüm. Dat wil zeggen dat als je je minder ellendig gaat voelen, je gelukkiger wordt. Dat is niet waar - als je minder ellendig wordt, wordt je minder ellendig. Geluk is een heel andere kant van de vergelijking. Dat ontbrak in de psychotherapie. Als de symptomen verdwijnen, hebben ze de neiging om terug te komen, omdat er geen gevoel is van de andere helft - van wat plezier, geluk, mededogen, dankbaarheid, van wat de positieve emoties zijn. Natuurlijk weten we intuïtief dat geluk niet alleen de afwezigheid van ellende is. Maar op de een of andere manier werd het tot voor kort niet gezien als twee parallelle systemen. Zodat het lichaam tegelijkertijd naar kansen kan zoeken en zichzelf beschermen tegen gevaar. Het zijn twee wederkerige en dynamisch interactieve systemen.

Mensen hebben het ook willen deconstrueren. Dit woord ‘gelukkig’ is een vlag die vele ladingen dekt. Je hebt drie emoties waarvoor er geen Engelse woorden bestaan: ‘fiero’, dat is trots om de overwinning van een uitdaging; ‘schadenfreude’ of leedvermaak, dat is plezier in andermans ongeluk, een kwaadaardige vorm van plezier; en ‘naches’, dat is trots en vreugde in je kinderen. Afwezig in deze lijst en afwezig in alle discussies over geluk, is geluk om andermans geluk. Ook daar lijken we geen woord voor te hebben. We zijn erg gevoelig voor het negatieve, maar het wordt gedeeltelijk gecompenseerd door het feit dat we ook het positieve hebben.

We zijn ook geboren genotzoekers. Baby's houden van zoet en haten bitter. Ze raken liever gladde dan ruwe oppervlakken aan. Ze vinden het leuker om naar mooie gezichten te kijken in plaats van naar alledaagse gezichten. Ze vinden het leuker om naar harmonieuze dan naar dissonante melodieën te luisteren. Baby's hebben veel aangeboren genoegens. Ooit zei een psycholoog dat 80 procent van het nastreven van geluk in de genen zit. Het zou net zo moeilijk zijn om gelukkiger te worden als om groter te worden. Dat is onzin. Genen leveren een behoorlijke bijdrage aan het geluk - zowat 50 procent - maar er is nog steeds die 50 procent waar wat aan te doen is.

Laten we even in de hersenen gaan kijken en zien waar geluk in de evolutie vandaan komt. We hebben hier in principe ten minste twee systemen. Beiden zijn zeer oud. Een daarvan is het beloningssysteem, dat gevoed wordt door de chemische stof dopamine. Het begint in het ventrale tegmentale gebied. Het gaat naar de nucleus accumbens, helemaal tot aan de prefrontale cortex, de orbitofrontale cortex, waar de beslissingen op hoog niveau worden genomen. Dit werd oorspronkelijk gezien als het genotscentrum van de hersenen. In de jaren 50 plaatsten Olds en Milner elektroden in de hersenen van een rat. De rat bleef maar op die balk drukken, duizenden keren na elkaar. Ze at niet, sliep niet, wilde geen seks. Ze wou alleen maar op die balk drukken. Daarom veronderstelden ze dat dit het ‘orgasmatron’ van het brein moest zijn.

Dat bleek fout te zijn, het is in feite een motivatiesysteem, een systeem om iets te willen. Het geeft objecten wat heet ‘incentive salience’. [begerenswaardige prikkel] Het maakt iets zo aantrekkelijk dat je er gewoon op zoek moet naar gaan. Dat is iets anders dan het pleziersysteem dat gewoon zegt: "Ik hou hiervan." Het pleziersysteem dat zijn de interne opiaten, zoals het hormoon oxytocine, op grote schaal verspreid over de hersenen. Het dopaminesysteem, het ‘willen-systeem’, is veel meer gecentraliseerd.

Positieve emoties hebben ook een universeel signaal. Hier zien we de glimlach. Het universele signaal is niet alleen het verhogen van de hoek van de lippen naar de grote jukbeenspier. Het is ook de buitenste hoek van het oog plooien, de orbicularis oculi. Zelfs 10-maanden-oude baby's vertonen deze bijzondere soort glimlach bij het zien van hun moeder. Extraverte mensen gebruiken hem meer dan introverte mensen. Mensen die een depressie achter de rug hebben laten hem meer zien dan tevoren. Als je de echte blik van geluk wil ontmaskeren, moet je naar deze expressie kijken.

Onze genoegens zijn echt oeroud. We leren natuurlijk van veel, heel veel te genieten, maar veel ervan is aangeboren. Zoals ‘biophilia’ natuurlijk - dat we een heel diepgaande reactie op de natuurlijke wereld hebben. Zeer interessante studies werden gedaan op mensen die herstellen van een operatie. Men vergeleek mensen die uitkeken op een bakstenen muur met mensen die uitkeken op bomen en de natuur. Mensen die uitkeken op de stenen muur verbleven langer in het ziekenhuis, hadden meer medicatie nodig en kregen meer medische complicaties. Er is iets heel genezend aan de natuur, het maakt deel uit van hoe we zijn afgestemd.

Mensen, vooral mensen, zijn heel imiterende wezens. We imiteren van bijna de seconde dat we geboren worden. Hier is een drie weken oude baby. Als je je tong uitsteekt naar deze baby, zal de baby hetzelfde doen. We zijn sociale wezens vanaf het begin. Studies over samenwerking laten zien dat samenwerking tussen individuen de beloningscentra in de hersenen doen oplichten. Een probleem van de psychologie is dat psychologen in plaats van te kijken naar deze intersubjectiviteit - of het belang van het sociale brein voor mensen die als hulpeloze wezens ter wereld komen en elkaar enorm nodig hebben - ze zich in plaats daarvan richten op het zelf en het gevoel van eigenwaarde en niet op de ‘zelf-ander’. Het gaat om "mij", niet om "wij". Ik denk dat dit een echt enorm probleem is geweest dat ingaat tegen onze biologie en natuur en ons helemaal niet gelukkiger heeft gemaakt.

Want als je erover nadenkt, zijn de mensen het gelukkigst wanneer ze bezig zijn, wanneer ze opgaan in iets uit de wereld, wanneer ze met andere mensen samen zijn, wanneer ze actief zijn, als ze zich bezighouden met sport, gericht zijn op een geliefde, leren, seks, wat dan ook. Niet als ze voor de spiegel zitten om uit zichzelf wijs te geraken of nadenken over zichzelf. Dat zijn niet de momenten waarop je je het gelukkigst voelt. Wat ook een bewijs is, is dat als je kijkt naar de geautomatiseerde tekstanalyse van mensen die zelfmoord plegen, dan vind je daar, en dat is heel interessant, steeds het gebruik van de eerste persoon enkelvoud - "ik", "mij", "mijn", niet "wij" en "ons" - en de brieven zijn niet zozeer hopeloos dan dat ze echt eenzaam zijn. Alleen zijn is heel onnatuurlijk voor de mens. Er is een diepe behoefte om erbij te horen.

Maar onze evolutionaire geschiedenis kan ons echt parten spelen. Omdat het de genen bijvoorbeeld niet kan schelen of we gelukkig zijn. Zij zorgen ervoor dat wij ons voortplanten, dat we onze genen doorgeven. Zo hebben we bijvoorbeeld drie systemen die ten grondslag liggen aan de reproductie, omdat ze zo belangrijk is. Er is lust, waarbij het er alleen maar om gaat om seks te hebben. Daar zorgen de geslachtshormonen voor. Romantische aantrekkingskracht, hoort thuis bij het willen-systeem. Daarvoor dient dopamine. Dat is: "Ik moet deze ene persoon hebben." Dan is er hechting, dat doet oxytocine en de opiaten, die zeggen: "Dit is een langlopende relatie." Het probleem is dat deze drie bij mensen afzonderlijk kunnen optreden. Een persoon kan, ook als hij een lange-termijnrelatie heeft, toch romantisch verliefd worden op iemand anders en ook nog eens seks willen hebben met een derde persoon.

De andere manier waarop onze genen ons soms op een dwaalspoor kunnen brengen, is bij de sociale status. We zijn ons zeer scherp bewust van onze sociale status en streven er altijd naar om hem te verhogen. In de dierenwereld is er maar één manier om de status te verhogen en dat is via dominantie. Ik grijp de macht door fysieke kracht, ik houd ze door op mijn borst te trommelen en jullie gaan dan onderdanige gebaren maken. Nu heeft de mens een heel andere manier om naar de top te stijgen, de route via prestige, dat vrij wordt toegekend. Als iemand expertise en kennis heeft en weet hoe dingen te doen, dan geven we die persoon status. Zo kunnen we voor ons veel meer statusniches creëren zodat mensen in de statushiërarchie niet lager hoeven te staan zoals dat in de dierenwereld het geval is.

Daaruit blijkt dat geld niet echt helpt om geluk te verkrijgen. Maar het is niet irrelevant. Bij dit soort vragen over voldoening in het leven, zie je dat de tevredenheid met het leven omhoog gaat met elke stijging van inkomsten. Je ziet de geestelijke nood omhoog gaan door een lager inkomen. Duidelijk is er enig effect. Maar het effect is relatief klein. Een van de problemen met geld is materialisme. Wat er gebeurt als mensen te gretig op geld uit zijn, is dat ze de echt fundamentele genoegens van het leven vergeten. Bijvoorbeeld dit echtpaar hier: "Denk je dat de minder gefortuneerden betere seks hebben?" En dit kind dat zegt: "Laat me alleen met mijn speelgoed.” Het blijkt allesoverheersend te worden. Dat hele dopaminesysteem van willen krijgt de overhand en koppelt af van elk pleziersysteem.

Maslow had dit idee al in de jaren 50, dat als mensen boven hun biologische behoeften uitstijgen, als de wereld veiliger wordt en we ons geen zorgen hoeven te maken over onze basisbehoeften - als ons biologisch systeem, wat ons ook motiveert, tevreden is - we er boven uit kunnen stijgen, we verder dan onszelf kunnen denken over zelfverwezenlijking of transcendentie, en boven het louter materialistische kunnen uitstijgen.

Om af te sluiten nog snel enkele korte data die suggereren dat dit misschien wel zo is. Een gaat over mensen die wat een kwantumverandering is genoemd, ondergingen: ze voelden dat hun leven en hun hele waarden veranderd waren. En ja hoor, als je kijkt naar die waarden, zie je rijkdom, avontuur, prestatie, genot, plezier, gerespecteerd worden, vóór de verandering, en nog veel meer post-materialistische waarden erna. Vrouwen hadden een heel andere set van waardeverschuivingen. Maar erg vergelijkbaar, was de enige waarde die overleefde: ‘geluk’. Ze gingen van aantrekkelijkheid, geluk, rijkdom en zelfbeheersing naar vrijgevigheid en vergeving.

Ik eindig met een paar citaten. "Er is maar één vraag: Hoe deze wereld lief te hebben?" En Rilke: "Als je dagelijkse leven je schraal lijkt, geef dan niet het leven de schuld, maar jezelf. Zeg tegen jezelf dat je niet genoeg dichter bent om de rijkdom van het leven op te roepen." "Zeg eerst tegen jezelf wat je zou willen zijn. Doe dan wat je moet doen. "

Dank je."

(Applaus)

 

Bron: TED.com
Reactie plaatsen